Additieven

Het hoofdbestanddeel van vaccins zijn de antigenen en de oplosvloeistof. De antigenen zijn de deeltjes waartegen ons lichaam verondersteld wordt immuniteit op te bouwen.

Daarnaast bevatten de meeste vaccins ook nog toegevoegde stoffen: additieven. Deze kunnen verschillende bedoelingen hebben. Ofwel dienen ze om de vloeistof vrij te houden van bacteriële infecties, ofwel zijn ze bedoeld om de werkzaamheid van het vaccin te vergroten.

Vaak zijn deze additieven op zichzelf giftig, of kunnen ze allergische reacties veroorzaken.

Additieven die we geregeld terugvinden in vaccins zijn:

  • antibiotica: neomycine, streptomycine, tetracyclines, polymyxine B
  • kwik (thiomersal)
  • formaldehyde
  • Aluminiumhydroxide
  • Aluminiumfosfaat
  • 2-phenoxyethanol
  • medium 199
  • squaleen
  • ammoniumsulfaat
  • runderextract
  • thimerosal
  • aminozuren
  • zelfs apennierenweefsel

Daarnaast bevatten vaccins soms producten die er helemaal niet in thuis horen, zoals contaminerende virussen. Deze kunnen afkomstig zijn van de kweekbodems waarop de virussen geteeld zijn zoals menselijke foetuscellen of kankercellen. Ook formol, gebruikt voor het doden van de kiemen, wordt in vaccins teruggevonden.