Algemeen

U kan bij onze vzw terecht voor vragen in verband met het vaccineren van uzelf of uw kind.

Of u al dan niet laat vaccineren moet een bewuste keuze zijn. Een vaccinatie is een volwaardige medische ingreep die met de nodige omzichtigheid moet gepland en uitgevoerd worden.

Vaccins zijn slechts matig werkzaam, andere zelfs helemaal niet. Bovendien houdt elk vaccin een aantal risico's in, gaande van een voorbijgaand ongemak tot blijvende schade aan de gezondheid. Dit is een goede reden om u grondig te informeren en eens ernstig na te denken voor u beslist tot vaccineren. Een houding van 'ik doe zoals iedereen' kan wel eens nare gevolgen hebben, want niet iedereen reageert op dezelfde manier op een vaccin.

De bedoeling van een vaccin is de specifieke weerstand tegen één bepaalde ziekte te verhogen voor de patiënt er mee in contact komt. Wij stellen hier tegenover dat het beter is de algemene weerstand te stimuleren, zodat wij in staat zijn snel en efficiënt te reageren tegen alle ziektekiemen: bacteriën, virussen, schimmels...

WELKE VACCINATIES ZIJN VERPLICHT?

Enkel polio-vaccinatie is in België verplicht (dood vaccin). Over alle andere vaccinaties beslist u, en u alleen!

Drie dosissen moeten voor de leeftijd van 18 maanden toegediend zijn. Een attest van inenting moet dan aan het gemeentebestuur overgemaakt worden.

Voor bepaalde beroepen bestaan er specifieke verplichtingen, bijvoorbeeld tetanus in de voedingssector, hepatitis B voor medisch personeel  en voor stagiairs in ziekenhuizen.

TEGENINDICATIES

Dit zijn de medische situaties waarin het in ieder geval af te raden is te vaccineren.

  • Een kind dat niet echt gezond is mag nooit gevaccineerd worden. Zelfs een banale verkoudheid of matige koorts vergroten het risico op complicaties.
  • Een ernstige reactie (zie NEVENWERKINGEN hieronder) op een voorgaande vaccinatie is een dwingende reden om te stoppen met het vaccin; een volgende vaccinatie kan immers fataal aflopen.
  • Een allergie voor een van de bestanddelen van het vaccin is eveneens een dwingende reden om dit vaccin niet toe te dienen.

Er zijn twee manieren om te weten dat uw kind allergisch is voor het vaccin:

  1. doordat het allergisch gereageerd heeft op een vorige dosis van dit vaccin;
  2. doordat u weet dat het ooit allergisch gereageerd heeft op een van de bestanddelen van het vaccin.

Voorbeelden van stoffen die in vaccins terug te vinden zijn en die vaak aanleiding geven tot allergie zijn het antibioticum neomycine (polio, DTP, BMR), het kwikderivaat thiomersal (hepatitis B, tetanus, griep) dat ook voorkwam in bewaarvloeistof voor contactlenzen (tot 1998), en aluminiumhydroxide .

  • Mensen met chronische vermoeidheid kunnen zich beter niet laten vaccineren.
  • Bij onderdrukking van het afweersysteem (bijvoorbeeld door cortisone of medicamenten tegen kanker) mag niet gevaccineerd worden.
  • Uitgesproken prikkelbaarheid na de geboorte moet aansporen tot grote voorzichtigheid en eventueel uitstel of afstel van vaccinatie.
  • Allergie bij de patiënt zelf OF bij de naaste familieleden verhoogt het risico op nevenreacties.

Onder allergie verstaan we onder andere astma, hooikoorts, voedingsallergie (koemelk, gluten,...).

Ernstige problemen met het zenuwstelsel (bijvoorbeeld MS, ALS), AIDS, ernstige huidziekten, systeemziekten (Lupus, reumatoide artritis, erythema nodosum, insulinedependente diabetes), ook bij de naaste familie, zijn redenen om af te zien van vaccinatie.

EFFICIENTIE

Geen enkel vaccin is 100% werkzaam. Bij een aantal personen zal het vaccin helemaal geen bescherming bieden, bij praktisch iedereen zal de bescherming na een zekere tijd verdwenen zijn. Er bestaan geen vaste regels om te weten of men beschermd is of niet. Zelfs het aantonen van antistoffen is geen garantie voor bescherming.

NEVENWERKINGEN

Laten we hier enkel een aantal nevenwerkingen vermelden die bij alle vaccins kunnen voorkomen:

  • Op de plaats van inenting kan zich een grote, rode, warme zwelling voordoen. Ook vlakke, roze, verheven plekken (netelroos) of kleine rode, droge stipjes (rash) kunnen optreden over het hele lichaam.
  • Koorts: temperatuurverhoging boven de 39°C is géén normale reactie, en moet gemeld worden aan de arts.
  • Het kind kan gaan braken , overmatig winderig worden of diarree krijgen.
  • Het kind kan kort na de inenting bleek, koud, slap en bewusteloos worden. Dit betekent dat het een shocktoestand doet. Dit is levensgevaarlijk. Reanimatie ter plaatse en onmiddellijke opname in het ziekenhuis zijn noodzakelijk.
  • Ook stuipen zijn mogelijk, waarbij het kind afwezig wordt, of stijf, of ongecontroleerde bewegingen maakt met ogen, armen of benen. Men moet het geleidelijk afkoelen en dadelijk de dokter verwittigen. Het kind moet van kortbij gevolgd worden omdat er een risico bestaat op blijvende hersenschade.
  • Sommige kinderen beginnen onbedaarlijk te wenen, vaak op een zeer hoge, schrille toon, zijn ontroostbaar en houden pas op als ze van uitputting in slaap vallen. Dit wijst op irritatie van de hersenen en is een alarmteken ! De dokter moet dadelijk verwittigd worden.
  • Het kind kan abnormaal slaperig worden, of slapeloos, of een totaal verstoord slaappatroon krijgen.
  • Wiegendood is een tragische verwikkeling die duidelijk vaker voorkomt in de periode na vaccinatie.
  • Het kind kan chronisch verkouden worden, terugkerende oor- of keelontstekingen krijgen, bronchitis of astma ontwikkelen.
  • Allergie komt vaker voor na vaccinatie o.a. tegen kinkhoest en mazelen.
  • Diabetes komt 60% vaker voor na hepatitis B- en Hib-vaccinatie.
  • Allerlei verlammingen kunnen optreden, o.a. Guillain-Barré.
  • Auto-immuunziekten (reumatoide artritis, lupus, erythema nodosum, periarteritis nodosa, Goodpasture syndroom) zijn vastgesteld na verschillende vaccins (tetanus, BCG, mazelen, hepatitis B).
  • Op termijn kan vaccinatie leiden tot hyperkinetisme , leermoeilijkheden, gedragsproblemen (agressie) en karakterstoornissen (autisme).
  • Plotse dood kan het gevolg zijn van een acute verwikkeling (shock, hersenontsteking).

WELK VACCIN TE GEVEN?

Voor ieder vaccin apart moet nagegaan worden of het wenselijk is of niet.

Sommige beroepen kunnen een bepaald vaccin wenselijk maken, bijvoorbeeld tetanus bij metaalbewerkers, hepatitis bij mensen die werken in de chirurgie, bloedtransfusie of hemodialyse.

POLIO is zoals gezegd wettelijk verplicht in België. De ziekte komt in het Westen niet meer voor, en er is goede hoop dat men het vaccin over een aantal jaren wereldwijd zal afschaffen. De herhaling die klassiek gegeven wordt op 6 jaar is niet verplicht.

DIFTERIE (kroep) is een ernstige bacteriële infectie. De bovenste luchtwegen kunnen zodanig gaan zwellen dat er verstikkingsgevaar ontstaat. Ook het hart wordt frequent aangetast. Het vaccin is slechts matig werkzaam en heeft bovendien bepaalde nevenwerkingen. Gelukkig komt deze aandoening sinds ca. 30 jaar bij ons quasi niet meer voor. Wel zijn er nieuwe haarden ontdekt in Oost-Europa, zonder dat dit voor onze samenleving een bedreiging vormt. Vaccinatie is dus niet nodig. In geval van infectie kan men nog altijd behandelen. Het nut van vaccinatie is dus twijfelachtig.

TETANUS (klem) kan meestal voorkomen worden door een goede wondverzorging. De belangrijkste maatregelen zijn dan: de wonde te laten bloeden, goed te reinigen met ZUURSTOFWATER, en open te laten aan de lucht. Oppervlakkige wonden (schaafwonden) of goed bloedende wonden geven geen aanleiding tot tetanus. Het risico bestaat alleen wanneer de kiem ingesloten geraakt in de wonde, afgesloten van zuurstof (prikwonden). Tetanus blijft een ernstige aandoening die fataal kan aflopen. Of men zal vaccineren kan mede afhangen van het risico dat men loopt.

KINKHOEST is een ernstige en vervelende, langdurige ziekte die slechts uiterst zelden nog fataal afloopt. Het gebruikte (acellulaire) vaccin geeft minder lokale nevenwerkingen dan het vroegere vaccin, maar geeft nog steeds risico van ernstige verwikkelingen.

MAZELEN is één van de kinderziektes. Het verloop van de ziekte kan verschillen van mild en kort (een drietal dagen) tot flink ziek gedurende een goede week. De zieke moet aan huis blijven. De meest gevreesde verwikkeling, hersenvliesontsteking, is veel zeldzamer dan algemeen gesteld wordt, en treedt praktisch even vaak op na vaccinatie als na de ziekte zelf. De kwaliteit en de duur van de weerstand is echter veel beter na de ziekte dan na vaccinatie. Af te raden.

BOF is een goedaardige kinderziekte. Vaak moet ze helemaal niet behandeld worden, en indien toch nodig is dit homeopatisch perfect mogelijk. Ontsteking van de teelballetjes bij jongetjes is zeldzaam, en meestal éénzijdig. Onvruchtbaarheid als gevolg hiervan is dan ook uiterst zeldzaam en weegt niet op tegen de risico's van het vaccin (diabetes !).

RODE HOND is eveneens een goedaardige kinderziekte. Het enige gevaar is besmetting van een zwangere vrouw tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap. Hierdoor kan schade toegebracht worden aan de foetus. Om dit te vermijden is het best te zorgen voor een levenslange immuniteit . De enige manier om dit te garanderen is... te zorgen dat men als kind de ziekte doormaakt. De immuniteit na vaccinatie ontbreekt soms, is zeker niet blijvend en dus niet betrouwbaar voor dit doel. Bij kinderwens kan een vrouw haar antistoffen laten bepalen. Indien deze afwezig zijn kan men op dat ogenblik nog steeds vaccineren.

Voor deze laatste drie kinderziektes geldt dat ze een veel betere en langduriger (levenslange !) bescherming bieden dan de vaccinatie. Een kinderziekte doormaken als kind belet dat die persoon ze op volwassen leeftijd krijgt, of dat zijn nakomelingen te weinig afweer hiertegen hebben als baby. Die garantie heeft men niet na vaccinatie. Ook beschermen deze kinderziektes tegen andere, chronische aandoeningen op latere leeftijd (bijvoorbeeld kanker, reuma, huidaandoeningen, allergie). De ideale bescherming bestaat er dus in te zorgen dat uw kind op jonge leeftijd de ziekte doormaakt. Dit kan zonder veel risico's. De oude traditie van 'rubella-parties' is dus lang niet zo gek.

WINDPOKKEN horen ook thuis in deze lijst. De ziekte is banaal en perfect te behandelen indien nodig. Het kind thuis houden zolang er koorts is en de blaasjes deppen met eosine of puur talkpoeder zal meestal volstaan.

HIB is geen vaccin tegen hersenvliesontsteking, maar tegen één van de vele kiemen die hersenvliesontsteking kunnen veroorzaken. Het biedt geen bescherming tegen de duizend-en-één andere vormen van hersenvliesontsteking. De bacterie waartegen het gericht is komt bij de meesten van ons voor in de keel zonder ooit problemen te veroorzaken. Vaccinatie is niet zonder risico en lijkt ons dus overbodig.

MENINGOKOKKEN C zijn eveneens kiemen die geregeld voorkomen bij perfect gezonde dragers. Hersenvliesontsteking met deze kiem wordt gevreesd omwille van de soms zeer snelle evolutie met eventueel fatale afloop. Ook hier bestaat de oplossing in het ondersteunen van het afweersysteem zodat dit op de normale - geruisloze - manier met de kiem kan omgaan zonder dat er problemen ontstaan. Er zijn talloze varianten van de kiem waartegen het vaccin geen bescherming biedt. Veel slachtoffers van meningokokken C-meningitis bleken gevaccineerd te zijn.

HEPATITIS B is een aandoening die verspreid wordt door naaldenprikken (bloedtransfusies, druggebruik) of seksueel contact. Het is hoofdzakelijk een probleem van volwassenen. Het vaccin is ronduit gevaarlijk omwille van de talrijke, bijzonder ernstige nevenwerkingen. Toediening bij baby's is dus af te raden. Uiteraard beschermt het vaccin niet tegen andere vormen van hepatitis.

GRIEP kan voor verzwakte personen gevaarlijk zijn. Het vaccin geeft echter niet de minste bescherming, en houdt zelf ook risico's in. In elk geval af te raden. Risicopatiënten kunnen beter iets doen aan hun algemene toestand (rust, vitamines, echinacea, homeopathie...) dan zich te laten inenten.

BCG is het vaccin tegen tuberculose. De wereldgezondheidsorganisatie (WGO) zelf heeft aangetoond dat het volstrekt onwerkzaam is. Te mijden dus.

PNEUMOKOKKEN is een vaccin tegen een bacterie die zowel kan voorkomen bij luchtweginfecties, of oorontsteking, als bij meningitis. Het is een samengesteld vaccin, tegen 23 verschillende vormen van de bacterie bij volwassenen, of tegen 7 verschillende bij kinderen. Ook hier is vaccineren geen alternatief voor het ondersteunen van de eigen immuniteit, bijvoorbeeld via gezonde voeding.

WANNEER VACCINEREN?

Voor het polio-vaccin geldt in België dat men drie dosissen moet geven voor de leeftijd van 18 maanden. Het volstaat dus te beginnen op 10 maanden, met herhaling op 12 en op 18 maanden.

Tetanus-vaccinatie kunnen wij  niet langer ondersteunen, gezien de gifstoffen (toxines) rechtstrees de zenuwcel infecteren vanuit de wonde en de geproduceerde antitoffen niet hun doel bereiken.  Mocht u desondanks toch kiezen voor vaccinatie dan kan u de basisvaccinatie best uitstellen tot de leeftijd van minimum 3 jaar. Daarna is een herhaling op 16 en 50 jaar voldoende, zoals gebruikelijk in het Verenigd Koninkrijk.

Wanneer de antistoffen voor rode hond (rubella) nog ontbreken op geslachtsrijpe leeftijd kan eveneens vaccinatie hiertegen overwogen worden (vanaf ca. 17 jaar). Houd echter rekening met de risico's van het vaccin!

Samenvattend stellen wij dus volgend vaccinatieschema voor:

  • 10 maand: polio 1
  • 12 maand: polio 2
  • 19 maand: polio 3

In overleg met uw arts kan natuurlijk van dit schema afgeweken worden. Zoals gezegd: uiteindelijk bent u het die de definitieve keuze moet maken.

NOG ENKELE SUGGESTIES

  • Bespreek uw keuze rustig met uw partner, uw dokter, uw kennissen voor u een beslissing neemt.
  • Zorg dat de naam van het vaccin en het lotnummer altijd in het medisch dossier genoteerd worden.
  • Verwittig bij twijfel aan een reactie dadelijk uw huisarts, vermeld dat het kind onlangs gevaccineerd werd, en zie er op toe dat de klachten in het dossier genoteerd worden. Vraag uw arts uw ervaringen aan de bevoegde overheid te melden met het daartoe bestemde document (gele fiche of electronisch).
  • Geef uw ervaringen door aan ons via onze contactpagina.
  • Koortswerende middelen onderdrukken een goede reactie van het lichaam op het vaccin en verdoezelen mogelijke nevenreacties. Niet te snel geven dus.
  • Het is zeer gevaarlijk om te vaccineren tegen een ziekte in de incubatieperiode, dit is de tijd dat men reeds met een ziekte besmet is maar nog niet de symptomen ervan vertoont. Daarom nooit "nog snel" vaccineren tijdens een epidemie.
  • Soms gebeurt het dat reacties pas na weken opgemerkt worden. Ook dan moet het verband met het vaccin gemaakt worden. De gevolgen op lange termijn kunnen ernstig zijn. Laat u dus nooit met een kluitje in het riet sturen of afschepen als "overbezorgde ouder".