Autisme (samenvatting)

Vaccinaties en autisme

Inleiding

Kunnen vaccinaties autisme uitlokken?  De vraag werkt als een horzel op iedereen die er een mening over heeft.  De stelling van een belangrijke stroming binnen de orthodoxe geneeskunde is een radicaal ‘njet’.  Anderen zijn dan weer 200% overtuigd van het tegendeel.

Zowel de ervaring van talloze ouders dat hun kind na vaccinatie op korte tijd naar autisme evolueerde, als het toenemend inzicht in de mechanismen die het ontstaan van autisme na vaccinatie verklaren zijn voor ons een reden om een verband wel degelijk als bewezen te beschouwen.  Dit betekent nog niet dat elk geval van autisme het gevolg is van vaccinatie, wel dat aangetoond is dat vaccinatie de aandoening kan uitlokken.

Autisme en autisme spectrum aandoeningen (ASD)

Autisme wordt aanzien als een ontwikkelingsstoornis die de patiënt op mentaal, emotioneel, sociaal en affectief vlak aantast.  De achteruitgang in het gebruik van taal is een steeds terugkerend kenmerk.   Het verlies aan oogcontact is eveneens zeer opvallend.  De autist lijkt terug te vallen in een eigen wereldje, los van de wereld rond hem.  Repetitieve en dwangmatige handelingen zijn de regel.  De autist is overgevoelig voor prikkels uit zijn omgeving.  Hij begrijpt ook niet meer de betekenis van woorden en uitdrukkingen, en neemt alles letterlijk op.

Autisme komt vier maal vaker voor bij jongens dan bij meisjes.  De reden hiervoor wordt verder besproken.

Niet voor niets spreekt men over een ‘autisme spectrum aandoening’.  Het voorkomen van de ziekte is complex met vele variaties.  Ook naar de etiologie toe mag men de dingen niet simplificeren.  Er zijn zonder twijfel meerdere factoren die tot autisme aanleiding kunnen geven, al dan niet in combinatie met mekaar, en al dan niet synergetisch (mekaar versterkend).  Omgevingsfactoren, genetische factoren, neurologische en immunologische mechanismen, de voedingstoestand en een verband met andere aandoeningen maken van autisme een bijzonder complex web waarvoor simplistische verklaringen of oplossingen uit den boze zijn.

Vaak werd geopperd dat de dramatische toename van autisme slechts schijn is, en enkel het gevolg van een betere diagnostiek.  Dit wordt volledig weerlegd door een rapport van het Office of Developmental Services van California.  Ook de studie van Nevison (2014) weerlegt met klem dat de exponentiële toename van autisme enkel zou te maken hebben met een veranderde of verbeterde diagnostiek.  Op basis van een analyse van de California Department of Developmental Services (CDDS) and the United States Individuals with Disabilities Education Act (IDEA) blijkt dat zeker 75 à 80% van de explosieve toename in diagnose sinds 1988 berust op een effectieve toename van de aandoening en niet op veranderingen qua diagnostische criteria.

In Frontiers in Pediatrics verscheen een artikel dat eveneens de mythe dat de dramatische toename aan autisten alleen maar schijn is volledig weerlegt.

De ervaringsdeskundigen

Zoals gezegd zijn er talloze ouders die zich verheugden over een gezond kind dat ze korte tijd na toediening van een vaccin zagen achteruitgaan en ontwikkelen tot duidelijk autistisch gedrag.  Veel van die ervaringen worden geïllustreerd door video-opnames waarbij kinderen die konden lopen en praten plots alle contact met de buitenwereld verliezen en de aangeleerde vaardigheden kwijtraken.

Autisme en vaccinatie in het algemeen

Vrij recent, in 2017, publiceerden Mawson et al. een vergelijkende studie tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde kinderen die allen thuisonderwijs volgden, allen tussen 6 en 12 jaar oud.  666 kinderen werden in de studie opgenomen, waarvan 261 (39%) niet gevaccineerd.  Bij de niet-gevaccineerden werd vaker kinkhoest en en windpokken vastgesteld, maar minder vaak longontsteking, middenoorontsteking, allergie en neurologische ontwikkelingsstoornissen (NOS).  Het hoogste risico op neurologische ontwikkelingsstoornissen vond men terug bij de combinatie prematuriteit + vaccinatie (RR = 6.6), terwijl het risico niet verhoogd was bij niet-gevaccineerde prematuren.  Als NOS werden beschouwd: leerstoornissen, ADHD en autisme-spectrum aandoeningen (ASD).  ASD werd teruggevonden bij 4,4% van de gevaccineerde kinderen tegenover slechts 1,0% van de niet-gevaccineerden.

De relatie tussen de proportie kinderen die tegen de leeftijd van 2 jaar alle aanbevolen vaccins hadden gekregen, en de frequentie van autisme en spraak- of taalproblemen (STP) toonde een duidelijk, statistisch significant verband aan.  Hoe meer kinderen gevaccineerd waren, hoe meer autisme of taalproblemen.  Voor elke stijging van 1% van de vaccinatiegraad werden er 680 extra kinderen gevonden met autisme of STP.  Andere factoren dan kwik in vaccins linken vaccinatie aan autisme.

In aanvankelijk twee rechtszaken in de USA werd een schadevergoeding uitgekeerd aan autistische kinderen (Hannah Poling en Bailey Banks) omdat de rechtbank het verband tussen hun aandoening en vaccinatie bewezen achtte.  Het spreekt voor zich dat een rechtbank niet lichtzinnig dergelijke beslissing neemt, zeker niet in het licht van de verhitte maatschappelijke discussie terzake.  Nadien werden nog zeker 83 slachtoffers vergoed, waarbij de term ‘autisme’ zedig vervangen werd door een andere term, bijvoorbeeld “encephalitis”.

Autisme en BMR-vaccinatie

Het tijdsverband tussen BMR-vaccinatie en de toename van autisme 

Zowel in de USA als in de UK trad een exponentiële toename op aan autisme na invoering van het BMR-vaccin (zie fig.).

De rubella-fractie van het BMR-vaccin MMR II van Merck is gekweekt op cellen van menselijke geaborteerde foetussen.  Deisher constateerde een significante toename aan autisme in 4 verschillende landen: de UK, Denemarken, de USA en West Australië, kort na invoering van het MMR II-vaccin.

In 2014 kwam een senior medewerker van de CDC naar buiten met het verhaal dat hij en zijn medewerkers tijdens een geheime vergadering documenten hadden vernietigd waaruit bleek dat bij zwarte jongetjes, gevaccineerd tegen BMR voor het derde levensjaar, het risico op autisme verdrievoudigde.  Als gevolg van dit vergrijp kwam de CDC in 2004 naar buiten met een rapport dat suggereerde dat er geen enkel probleem was.  Tien jaar later kreeg Thompson echter wroeging, en gaf in een opgenomen telefoongesprek toe hoe het er echt aan toe gegaan was.  Gelukkig had hij altijd een copy van het originele dossier bewaard.  Het hele verhaal wordt uit de doeken gedaan in de film VAXXED.

Autisme en hepatitis B-vaccinatie

Gallagher en Goodman constateerden in 2009 dat het tijdstip van hepatitis B-vaccinatie van groot belang was voor het al dan niet ontwikkelen van autisme op latere leeftijd.  Bij kinderen die tijdens de eerste levensmaand gevaccineerd werden tegen hepatitis B trof men drie keer vaker autisme aan dan bij kinderen die niet, of pas na de eerste levensmaand gevaccineerd werden.  Het risico was het hoogst bij niet-blanke jongens.

Autisme en hepatitis A-vaccinatie

Deisher geeft aan dat er een significant verband is tussen autisme en de vaccinatiegraad voor hepatitis A.  Het Havrix vaccin (GSK) tegen hepatitis A is gekweekt op MRC-5 menselijke diploïde cellen afkomstig van geaborteerde foetussen.

Autisme en varicella vaccinatie

Deisher vond eveneens een significant verband tussen autisme en de vaccinatiegraad tegen varicella.  Autisme nam toe evenredig met het aantal gevaccineerde kinderen.  Varivax, in gebruik sinds 1995, werd eveneens gekweekt op menselijke foetuscellen.  Tussen 1995 en 2005 werden er 55 miljoen dosissen van verkocht.

Mechanismen die een verband tussen autisme en vaccinatie verklaren

Meerdere mechanismen zijn blootgelegd die een mogelijk verband tussen vaccinatie en autisme kunnen verklaren.

1. Intoxicatie door stoffen uit de darm: de link tussen autisme en darmproblemen

 

De mazelencomponent zou volgens Shattock vooral verantwoordelijk zijn voor de beschadiging van de darm, de bof-component voor de beschadiging van de bloed-hersenbarrière.  De combinatie van beiden kan dan leiden tot hersenschade en autisme.  Zelfs na toediening van een mazelen-rubella vaccin, waarbij enkel het bofvirus werd weggelaten, werd geen autisme vastgesteld.

In 1998 publiceerden een aantal Britse auteurs een artikel in de Lancet waarin gewezen werd op een merkwaardige correlatie tussen specifieke darmletsels (woekeringen van lymfeweefsel en onderbrekingen in het slijmvlies) en autisme.  Beide problemen ontstonden meestal uren tot 2 dagen na BMR-vaccinatie, in sommige gevallen later.  De auteurs trokken geen voorbarige conclusies maar wezen op het belang van verder onderzoek.  Ondanks hun voorzichtige houding ontketende het artikel een storm van protest, in die mate dat de uitgevers van het tijdschrift naderhand besloten het artikel terug te trekken.  Een mede-auteur van het artikel, professor Walker-Smith, werd naderhand volledig vrijgesproken van ethische fouten en volledig in ere hersteld.  Desondanks blijft de mare de ronde doen dat de publicatie frauduleus was, en de waarschuwingen onterecht.

Vasquez wijst erop dat veel van bepaalde stoffen die men terugvindt bij autisme van oorsprong uit de darm komen.

Opvallend is dat ook bij natuurlijke infectie met mazelen en bof, binnen een periode van 12 maanden, er een toename wordt vastgesteld aan darmontstekingen zoals Crohn.

2. Neurologische schade door kwikderivaten (Thiomersal)

Tot ongeveer 2000 was Thiomersal, een kwikderivaat, aanwezig in de grote meerderheid der vaccins als desinfectans.  Hoewel de schadelijkheid ervan slechts schoorvoetend werd toegegeven werd het na de eeuwwisseling verwijderd uit de meeste formules.  Toch werd eerst de stock aan kwikhoudende vaccins nog opgebruikt, ook na 2000.  Dit duurde nog 2 à 3 jaar.

Zelfs dan werden nog steeds kwikhoudende vaccins geproduceerd.  De bijsluiter van het griepvaccin Flulaval, periode 2013-2014 bijvoorbeeld, vermeldt nog steeds het gebruik van Thiomersal.  Het vaccin werd ook aanbevolen voor gebruik bij kinderen, ook al werd noch de efficiëntie, noch de veiligheid bij kinderen ooit aangetoond (cfr. bijsluiter !). 

Ook vandaag nog wordt kwik gebruikt in bepaalde vaccins, meer bepaald in ‘multiple dose’ griepvaccins.  In ontwikkelingslanden werden/worden kwikhoudende vaccins nog gebruikt lang nadat ze bij ons verlaten werden, minstens tot 2014.

 

Thomas Verstraeten was een Vlaming die het destijds geschopt had tot een belangrijke functie binnen de CDC.  In die hoedanigheid publiceerde hij in 1999 een document dat de rol van Thiomersal aantoonde in het ontstaan van neurologische ontwikkelingsstoornissen na vaccinatie in de eerste levensmaand.  Het risico op neurologische ontwikkelingsstoornissen in de groep met de hoogste blootstelling aan Thiomersal, vergeleken met de groep zonder blootstelling, was 1.8 keer groter.  In deze groep vond hij bovendien een verhoogd risico op autisme (RR = 7,6), niet medisch verklaarde slaapstoornissen (RR = 5.0) en spraakstoornissen (RR = 2.1).  Dit bracht de CDC-mensen behoorlijk aan het schrikken, en in juni 2000 werd in het grootste geheim een vergadering belegd.  Het was pas jaren later dat onder de Freedom of Information Act een organisatie achter de ware toedracht kwam van wat zich tijdens de conferentie, en tijdens de voorbereiding ervan, had afgespeeld.  Coleen Boyle, assistent directeur voor wetenschappen aan de CDC had namelijk voorgesteld aan haar overste, Frank Destefano, om de gegevens over de leeftijds groep met het hoogste risico op autisme weg te laten uit de studie, waardoor de resultaten aantrekkelijker werden.  Op die manier probeerde men de vaststelling van een verband met autisme te verdoezelen.  Het duurde nog drie jaar eer dr. Verstraeten een “propere” versie van zijn studie mocht publiceren waarin de link met autisme verdwenen was!

William Thompson, senior medewerker bij de CDC, sprak in 2014 uit de biecht over hoe de CDC essentiële documenten had vernietigd die het verband tussen BMR-vaccinatie en autisme aangetoond hadden.

Tal van andere onderzoekers kwamen tot de bevinding dat kwikk zich in de hersenen opstapelt en daar belangrijke schade aanricht aan de zenuwcellen.  

In 2009 merkten Canadese onderzoekers tot hun verbazing dat er een enorm verschil te merken was qua toxisch effect van Thiomersal  tussen mannelijke en vrouwelijke testmuizen.  Na een hoge dosis Thimerosal (38,4 - 76,8mg/kg) stierven alle mannelijke muizen, maar geen enkele vrouwelijke.  Zo werd het duidelijk dat bij de beoordeling van de toxiciteit van kwik in belangrijke mate moet rekening gehouden worden met het geslacht.  Het verschil tussen mannen en vrouwen qua toxiciteit van kwik wordt duidelijk verklaard doordat de aanwezigheid van testosterone, het mannelijk hormoon, de dood van zenuwcellen sterk in de hand werkt, terwijl oestrogenen (vrouwelijke hormonen) juist een beschermend effect hebben bij dezelfde kwikbelasting.

In 2017 bespreekt Morris een heel aantal mechanismen die het destructief effect verklaren van kwik op zowel het zenuwstelsel als op het immuunsysteem.  Hij stelt dat kwik toxisch is voor deze stelsels bij dosissen die ver beneden het niveau liggen die officieel als veilig worden aanvaard. Als mogelijke bronnen haalt hij zowel het milieu aan, als voeding (vis), maar ook vaccinaties.  Het effect is dosis-gebonden.  Jongens zijn gevoeliger voor de lange termijn effecten van kwik dan meisjes.

Tot dezelfde bevinding kwamen Li et al. (2017).  Ze vergeleken 180 kinderen met autisme met 184 kinderen zonder autisme, en stelden vast dat de autisten beduidend meer kwik en arsenicum in hun bloed hadden dan gezonde kinderen.  Ze concluderen dat zware metalen, in het bijzonder kwik, een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van autisme.

3. De rol van aluminium in vaccins

Niet alleen kwik speelt een rol bij de ontwikkeling van autisme, aluminium, alom tegenwoordig in hedendaagse vaccins, doet precies hetzelfde.  Aluminium is niet alleen neurotoxisch, het heeft ook een bijzonder sterke invloed op het immuunsysteem.  En laat dit nu precies twee cruciale systemen zijn die aangetast worden bij autisme!

4. Andere toxines uit het milieu die een rol spelen bij het ontstaan van autisme

Een publicatie uit 2012 stelde vast dat er bij autistische kinderen een verhoogde aanwezigheid was aan verschillende zware metalen in het haar, waaronder aluminium, arsenicum, cadmium, kwik, antimonium, nikkel, lood en vanadium.  Er was ook een duidelijke relatie tussen de aanwezigheid van lood en verbale communicatie en een algemene indruk van de patiënt.  Een slechte voedingstoestand verhoogt de invloed van de zware metalen en de ernst van de symptomen.

Lyons-Weiler verklaart autisme als een verminderd vermogen van cellen om toxines te elimineren uit het binnenste van de cel.  Dit vermogen wordt bepaald door een complex geheel van genen. 

5. Auto-immuun reacties

Steeds meer gegevens wijzen er op dat er bij het ontstaan van autisme ook immunologische aspecten een rol spelen.  Met name auto-immuun reacties zouden bijdragen tot het ontstaan ervan.

Molina (2005) wijst er op dat infecties een auto-immuunreactie kunnen uitlokken, maar dat hetzelfde ook geldt voor vaccins. Tal van auto-immuunziekten zijn beschreven na een aantal vaccins zoals Guillain Barré syndroom (difterie-, tetanus-, polio- en mazelenvaccin), thrombocytopenie (BMR-vaccin), MS (hepatitis B-vaccin).  Autisme, waarbij auto-immuun reacties ook een rol spelen, is dus ook perfect mogelijk na vaccinatie (103).

Deisher (2014) ontdekte menselijk DNA in vaccins tegen rubella, varicella en hepatitis A.  Deze DNA-contaminatie werd niet vermeld in de lijst van bestanddelen.  Ze wijst er op dat de aanwezigheid van menselijk foetaal DNA auto-immuun reacties uitlokt.  Meer expliciet vervolgt ze: “De productie van kindervaccins op cellijnen van menselijke foetussen, met daarmee de contaminatie met retrovirussen en fragmenten van menselijk DNA, vervult alle voorwaarden om te voldoen als primaire trigger voor de neurologische ontwikkelingsziekte genaamd autisme”.

De eveneens in vaccins aanwezige menselijke retrovirussen kunnen genetische mutaties veroorzaken, of zich in het menselijk genoom inbouwen. Ze worden ook in verband gebracht met tal van auto-immuunziekten.

KOSTPRIJS

Terwijl de discussie over een verband tussen vaccinaties en autisme een dovemansgesprek blijft wordt de situatie er niet beter op.  De frequentie van autisme neemt exponentieel toe.  Dr. Seneff van MIT berekende dat als de zaken verder evolueren zoals nu we midden van de eeuw eindigen met 50% autisme bij jongens.

Intussen werd berekend dat in de USA alleen al de kost voor de behandeling en begeleiding van autisme sinds 2015 oploopt tot 268 miljard US$ per jaar, en men verwacht een toename tot 1 biljoen $ tegen 2025.  Alleen al aan compensatie voor geleden schade werd tot nog toe meer dan 4 miljard dollar uitgekeerd.  Deze gigantische sommen verdwijnen echter in het niets in vergelijking met het onnoemelijke leed en de stress die autisten en hun families moeten doorstaan.

 

Meer gedetailleerde informatie en wetenschappelijke referenties hierover vindt u op de Jumbo pagina’s.  Hiervoor moet u (gratis) inloggen.