Covid-19 en griepvaccinatie

Meerdere studies wijzen op een verhoogd risico op Covid-19 infecties na de klassieke griepvaccinatie.  Griepvaccinatie verhoogt namelijk het risico op andere luchtweginfecties, dus ook op Covid-19 infecties.  Dit doet vragen rijzen bij de griepvaccinatiecampagne volgende winter, indien Covid-19 nog niet volledig verdwenen is.  Griepvaccinatie zou in dat geval een nieuwe toename van Covid-19 in de hand kunnen werken.  De aanbeveling om zich juist dit jaar zeker te laten inenten tegen griep gaat compleet in tegen de wetenschappelijke kennis.

Rikin (2018) merkte dat griepvaccinatie het risico op niet-influenza acute luchtweginfecties, waaronder coronavirusinfecties, deed toenemen bij kinderen 

In 2011 stelde Kelly vast dat griepvaccinatie het risico op niet-griep longinfecties verdubbelde.

In 2012 zag Cowling hoe griepvaccinatie het risico op niet-griep luchtweginfecties vergrootte met een factor 4,4.  Cowling besluit dan ook dat griepvaccinatie kan leiden tot een tijdelijke daling van de niet-specifieke immuniteit waardoor de gevaccineerde vatbaarder wordt voor andere infecties.

Griepvaccinatie in het bijzonder blijkt een bijkomend risico te vormen op Covid-infecties, om verschillende redenen, aldus Lisewski.  Hij verklaart dit als volgt:  

  • Ten eerste leidt het doormaken van een natuurlijke infectie tot een verhoging van de niet-specifieke immuniteit.  Dit voordeel gaat verloren na griepvaccinatie.  
  • Ten tweede verhoogt griepvaccinatie het risico op infectie door andere virussen die niet in het vaccin zitten.  Dit fenomeen staat bekend als vaccin-geassocieerde virusinterferentie.  
  • Niet alleen dat: er bestaat ook een kruisreactie tussen influenza A griepvirussen en SARS-CoV-2. Antistoffen tegen influenza A of SARS-CoV-2 die aanwezig zijn op het moment van infectie kunnen juist voor een versterking van de infectie leiden na besmetting met het coronavirus.  Dat komt doordat men dan te maken heeft met de foute antistoffen, namelijk bindende antistoffen, niet met de neutraliserende antistoffen die het virus kunnen helpen uitschakelen.  Dit fenomeen heet antilichaam-afhankelijke versterking.  De aanwezigheid van de antistoffen versterkt juist de opname van het virus in de cellen, en de vermenigvuldiging ervan in die cellen.

Mawson (2017) stelde vast dat gevaccineerde kinderen 5,9 keer vaker een longontsteking kregen dan niet-gevaccineerde.