De Britse Royal Society of Medicine uit zware kritiek op HPV-vaccin

Sinds het HPV-vaccin in gebruik werd genomen, meer dan een decennium geleden, werd ons systematisch voorgehouden dat dit vaccin onze dochters zou beschermen tegen baarmoederhalskanker.  Dat dit doel ver overroepen was is reeds lang duidelijk. Maar dat de efficiëntie ervan zwaar in twijfel getrokken wordt door niets minder dan de Britse Royal Society of Medicine is toch wel even slikken.  Een recente (januari 2020) publicatie van de organisatie windt er echt geen doekjes om.

In de samenvatting van het artikel laten de auteurs weten dat de onderzoeken zelf belangrijke onzekerheden bloot leggen die de aanspraak op efficiëntie van het vaccin in die onderzoeken ondermijnen.  “Er waren 12 gerandomiseerde controlestudies op Cervarix en Gardasil.  De groepen die gebruikt werden in de onderzoeken zijn geen weerspiegeling van de groep die gevaccineerd wordt omwille van leeftijdsverschillen en omwille van de selectieve selectiecriteria voor deelname aan het onderzoek.  Het gebruik van complexe en ver afgelegen surrogaatdoelstellingen maakt het onmogelijk de effecten na te gaan op klinisch significante resultaten.  Het is nog steeds onzeker of vaccinatie tegen het humaan papillomavirus (HPV) beschermt tegen baarmoederhalskanker omdat de onderzoeken niet opgezet waren om dit resultaat te achterhalen, wat tientallen jaren zou in beslag nemen. Hoewel er bewijzen zijn dat vaccinatie beschermt tegen beginnende afwijkingen (CIN 1) is dit klinisch van geen belang (ze worden toch niet behandeld).  De onderzoeken gebruikten complexe doelstellingen die ook deze CIN 1 in rekening namen.  Een hoge efficiëntie tegen CIN1 en carcinoma in situ (een beginnende maar zeer beperkte kanker) betekent niet noodzakelijk een hoge efficiëntie tegen CIN3+ (echte kankers).  CIN over het algemeen is waarschijnlijk overgediagnosticeerd in de studies omdat uitstrijkjes om de 6 à 12 maanden gebeurden in plaats van na de gewone tussentijd van 36 maanden.  Dat betekent dat de onderzoeken de efficiëntie van het vaccin wellicht overschat hebben omdat sommige van die letsels spontaan zouden verdwenen zijn.  Veel onderzoeken diagnosticeerden een aanhoudende infectie op basis van veelvuldige testen met korte tussenpozen, dus minder dan zes maanden.  Het is onzeker of de gevonden infecties zouden opklaren of aanwezig blijven en leiden tot veranderingen in de baarmoederhals.”

Kortom: de hele vaccinatiecampagne werd opgestart op basis van dubieuze veronderstellingen en zonder enige garantie dat het beoogde resultaat (het voorkomen van baarmoederhalskanker) ooit zou bereikt worden.

Ook de “kernboodschappen” die de auteurs meegeven hakken stevig in op de optimistische voorstelling door onze overheid.

“1. We weten niet hoe goed HPV-vaccinatie zal beschermen tegen baarmoederhalskanker.  De onderzoeken hebben zich niet toegespitst op baarmoederhalskanker omdat ze te weinig deelnemers hadden en deze niet lang genoeg hebben opgevolgd.  Baarrmoederhalskanker kan jaren nodig hebben om tot stand te komen.

2. De gepubliceerde cijfers in de gerandomiseerde gecontroleerde studies kunnen de efficiëntie van het vaccin overschatten want a) het testen gebeurde te vaak tijdens het onderzoek terwijl, in de realiteit, letsels spontaan kunnen verdwijnen; b) de onderzoeken gebruikten samengestelde surrogaat doelstellingen waarvan sommigen, zoals HPV-infectie en CIN 1, vaker voorkomen dan andere en zeer onwaarschijnlijk ooit evolueren naar kanker; en c) de subgroepen werden over-geanalyseerd.

3.  De groepen opgenomen in de onderzoeken hebben een beperkte relevantie en geldigheid voor de situatie in de echte wereld; de vrouwen in de onderzoeksgroepen waren bijvoorbeeld ouder dan de doelgroep voor vaccinatie; we hebben niet genoeg informatie over de voordelen bij vrouwen die reeds werden besmet met HPV voor de vaccinatie of die niet weten of ze reeds besmet werden of niet.

4. We hebben niet genoeg informatie over de impact van het vaccin op CIN3 dat meer kans maakt om verder te evolueren naar baarmoederhalskanker dan CIN1 of CIN2.  We hebben ook minder informatie over de impact op baarmoederhalslijden door eender welk type HPV dan enkel door HPV 16 en 18.

5. Vrouwen moeten nog altijd regelmatig uitstrijkjes laten maken de efficiëntie om voorlopers van baarmoederhalskanker te voorkomen is kleiner dan 100%, en er zijn meer kankerverwekkende HPV-types dan die aanwezig in het vaccin.  We hebben uitstekende bewijzen dat uitstrijkjes het risico op baarmoederhalskanker beduidend doet dalen, of ze nu gevaccineerd zijn of niet.  Het aantal nieuwe kankers en overlijdens zijn beduidend afgenomen zodat baarmoederhalskanker nu nog slechts voor 1% van de overlijdens aan kanker meetelt in de UK (854 doden in 2016).

6.  Informatie uit de onderzoeken kan ons duidelijk maken wat er gebeurt tussen vijf en negen jaar na vaccinatie, maar we weten niet of de bescherming daarna afneemt.

7.  Een recente observatie studie levert enig bewijs van efficiëntie van bescherming tegen CIN3+ letsels bij meisjes die gevaccineerd werden voor het eerste seksueel contact.  Lopende observatiestudies kunnen ons meer leren over het lange termijn effect op de frequentie van baarmoederhalskanker, maar het zal nog vele jaren duren eer we hierover duidelijkheid hebben.”

Kortom, alles wat wij reeds jaren uitschreeuwen wordt door deze experten van a tot z bevestigd.  Men is scheep gegaan in een experiment waarvan de afloop simplistisch werd ingeschat op basis van studies die niet aan de normen voldeden.  

En de resultaten liegen er dan ook niet om.  Baarmoederhalskanker in de UK neemt toe bij de leeftijdsgroep die destijds als eerste gevaccineerd werd en nu 25 tot 29 jaar oud zijn.  Terwijl in de jaren voor HPV-vaccinatie de frequentie van de kanker steil aan het dalen was kondigt het Cancer Research UK instituut nu plots een stijging aan met 54% in deze leeftijdsgroep.  Vroeger lag de piek voor baarmoederhalskanker bij vrouwen tussen 50 en 65 jaar, maar sinds de vaccinatiecampagnes ligt de leeftijd dus veel lager en liggen vooral late twintigers in het vizier.  Een belangrijke reden voor deze toename is dat vrouwen steeds meer te maken krijgen met nieuwe genotypes van het HPVirus die dus niet in het vaccin zitten, met daaronder sommige met een hoog risico op de ontwikkeling van kanker.

Samenvattend heeft het hele peperdure project na 12 jaar geleid tot een toename van baarmoederhalskanker, een verschuiving van de leeftijd naar jonge vrouwen, en een explosie van nieuwe HPV-stammen waartegen totaal geen natuurlijke immuniteit bestaat.  

Wanneer gaat de overheid eindelijk zijn verantwoordelijkheid opnemen, deze waanzin stoppen en de hele campagne afblazen?