Hart en bloedvaten

Vaccinatie en cardiovasculaire problemen

OVERZICHT

  1. Het bloed
    1. Thrombocytopenie
    2. Anaemie
    3. Neutropenie
    4. Sepsis
    5. Leukemie
    6. Evan's syndroom
  2. De bloedvaten
    1. Vasculitis
    2. Cryoglobulinaemie
    3. Goodpasture syndroom
    4. Polyarteritis nodosa
    5. Henoch-Schönlein
    6. Churg-Strauss
    7. Acute Hemorrhagic Edema of Infancy = AHEI
    8. lymfocytaire vasculitis
    9. Leucoclastische vasculitis
    10. Ziekte van Raynaud
  3. HET HART
    1. Infarct
    2. Myocarditis
    3. Angor pectoris
  4. Shock

INLEIDING

Geen enkel orgaan staat buiten schot wat betreft de kwetsbaarheid voor kwalijke gevolge van vaccins.  Ook ons bloed en de bloedvaten moeten we zien als een orgaan.  In dit artikel wordt een overzicht gegeven van wat er op dat vlak al kan fout lopen na vaccinatie.

I. HET BLOED [top]

1. Thrombocytopenie

Vaccinatie kan aanleiding geven tot een gebrek aan bloedplaatjes.  Gezien deze bloedplaatjes van het grootste belang zijn voor de bloedstolling zijn de gevolgen navenant.  Dit probleem kan aanleiding geven tot levensbedreigende toestanden, of zeer hinderlijke kwalen, wanneer er bijvoorbeeld  bloedingen ontstaan in de gewrichten.

De PATHOGENESE heeft volgens Danon (1959)  te maken met thrombocyten die virussen incorporeren, maar daarbij dermate veranderingen ondergaan dat ze door het immuunsysteem als lichaamsvreemd antigeen ervarren worden en dus aangevallen en afgebroken. De gevormde antistoffen kunnenop basis van een gelijkenis tussen de geïnfecteerde en gezonde thrombocyten vervolgens ook de gezonde plaatjes aanvallen.  We kunnen hier dus rusitg spreken van een auto-immuunreactie (30).  De mogelijheid bestaat dat niet alleen de bloedplaatjes in het perifere bloed aangetast worden, maar dat ook het beenmerg aangevallen wordt en dus de vorming van bloedplaatjes verijdeld.

Daarenboven wijzen sommige auteurs er op dat naast een daling van de thrombocyten ook een beschadiging van het endotheel van de kleine bloedvaten kan optreden door antigeen-antistofcomplexen, wat dan op zijn beurt bijdraagt tot de vorming van petechiën en hematomen (118). 

Het VERLOOP van de aandoening is zeer verschillend.  In gunstige gevallen kan de thrombocytopenie binnen 2 tot 4 weken verdwijnen onder cortisonetherapie (19), (77), terwijl in andere gevallen de daling ondanks cortisonebehandeling na 7 tot 12 maanden nog steeds aantoonbaar is (19).  Recidieven werden niet beschreven (19).  Nochthans wijst Breidenbach op het gevaar van een chronische toestand die kan ontstaan na herhalingsinentingen (14).  De gevolgen van de bloedingen kunnen zeer ernstig zijn, zoals blindheid na bloeding in het oog, of hersenschade (41).

ITP NA VACCINATIE

Thrombocytopenische purpura werd opgemerkt na verschillende vaccins, met name tegen:

Pokken:  Een ernstige vorm van pokken met veralgemeende bloedingsneiging is in alle tekstboeken hierover terug te vinden.

  • Meindersma en De Vries (1962) (86),
  • Kannellopolus (1962) (65),
  • Herrlich et al (1965) (56),
  • Breidenbach (1969) (14).

Mazelen (1981) (72)

  • Cario en Schneeweiss (1972) beschrijven het lot van Thorsten F., een jongen van 9 jaar en 8 maanden oud, die op 23/09/1971 tegenmazelen gevaccineerd werd (met L 16-SSW vaccin).  13 dagen na de inenting vertoont hij petechiën en hematomen op romp, armen en benen, zonder aantsting van de slijmvliezen, algemeen onwelzijn, tekens van infectie, overgeven en misselijkheid.  Bij het eerste laboonderzoek viel een leucopenisch bloedbeeld op met relatieve lymfocytose.  Onder cortisonetherapie verdwenen de bloedingen. Na 8 dagen had de jongen slechts 21.000 thrombocyten, zonder thrombocyten antistoffen.   Tijdens het afbouwen van de cortisonebehandeling traden op dag 8 opnieuw bloedingen op met spierpijn en overgeven.  Ondanks bloedtransfusie en heropstarten van de cortisone werk hij na 19 dagen opnieuw opgenomen.  Op dag 40 trad microhaematurie op met opnieuw een daling van de thrombocyten van 23.000 naar 13.000, wat een verhoging van de cortisone noodzakelijk maakte.  Daarop normaliseerden de thrombocyten geleidelijk (19).
  • Beeler (1996) overloopt het voorkomen van TCP na mazelenvaccinatie (10).

Mazelen-bof-rodehond:

  • 1983 (96), 1987 (8), 1993 (97), 1994 (35), 1996 (136), 2001 (89), 2003 (13).
  • Het Amerikaanse Institute of Health aanvaardt een oorzakelijke relatie tussen MBR-vaccinatie en thrombocytopenie (128).

Hepatitis B:

  • 1994 (106),  1995: 28 gevallen (87), 1998 (95), 1998 (112).

Hepatitis A:

  • 1995: 5 gevallen (87). 

Polio: 

  • Landbeck (1967) zag 8 gevallen na OPV-vaccinatie.  De problemen traden op 9 tot 12 dagen na inenting en duurden tot 12 maanden na vaccinatie (77). 
  • Pilotti, G.:1975 (102).

Influenza:  1988 (141).

  • Cario en Schneeweiss (1972) melden een meisje van 8 jaar dat de dag na vaccinatie tegen de A-griep 39,3 °C koorts ontwikkelde.  15 dagen na de inenting vertoonde ze hematomen en petechiën op romp, armen en benen en op het harde verhemelte.  Er was geen haematurie.  Aanvankelijk werd ze ambulant behandeld met vitamine C, nadien in het ziekenhuis opgenomen.  Toen vond men 10.000 thrombocyten, zonder thrombocytaire antistoffen.  Ook hier was cortisonetherapie nodig om de bloedplaatjes terug op peil te krijgen (19).  Belangrijke noot: een jaar tevoren was het meisje ook ingeënt met een gelijkaardig vaccin, zonder gevolgen.  De auteurs wijzen er op dat de aandoening in veel gevallen pas ontstaat na herhaling van een vaccin.  Een voorgaande probleemloze inenting is dus nooit een garantie op een goede afloop van een herhalingsinenting.
  • Brown et al. (1973) beschrijven hoe een 23-jarige verpleegster moest gehospitaliseerd worden na griepvaccinatie (Flenzevax, Wellcome).  Naast een afwijking van de rode bloedcellen was een steile daling van de bloedplaatjes een van de opvallendste kenmerken, en enkel na cortisonebehandeling normaliseerde de toestand (17). 

Kinkhoest 

  • (1979) (55), (1982) (22), (1990 ) (91);

Tetanus

  • (1981) (33).

Cholera

  • (1984) (83).

Een specifieke vorm van bloedingsproblemen is het Lyell-syndroom, waarbij enorme onderhuidse bloedblaren ontstaan.  De aandoening loopt in veel gevallen fataal af.  Ze kan ontstaan na vaccinatie tegen tetanus (33).

Het probleem kan zich acuut manifesteren maar ook maanden lang aanslepen (77), of chronisch worden (14).

2. Anaemie

Bloedarmoede na vaccinatie werd beschreven na vaccinatie tegen 

  • cholera: 1984  (83);
  • polio: 1975 (102).

Haemolytische anaemie werd geconstateerd na vaccinatie tegen

  • kinkhoest: 1976 (148), 1978 (53), 1985 (25);
  • difterie-tetanus-kinkhoest: 1991 (1).

3. Neutropenie (tekort aan witte bloedcellen) 

  • na vaccinatie tegen dengue fever: 2001 (66).

4. Sepsis (bloedvergiftiging) na vaccinatie tegen

  • pokken: (staphylococcen) 1967 (146), 1981 (33);
  • tetanus: 1969 (120), 1981 (33).

5. Leukemie 

  • Petar Ivanovski, pediater aan het universitaire kinderhospitaal in Belgrado (Servië), schrijft: “Het is een zeer opvallend ‘toeval’ dat acute leukemie bij kinderen sterk toenam vanaf 1940, hetzelfde jaar dat de vaccinatie tegen difterie over het hele land werd ingevoerd.” (60).
  • Ook in Brisbane Children’s hospital (Queensland, Australië) werd tussen 1958 en 1964 een duidelijke toename vastgesteld qua leukemie die statistisch kon verbonden worden aan een toename in vaccinatie tegen difterie, tetanus en kinkhoest. 
  • Ma et al. stelde na onderzoek bij 334 kinderen in California een verhoogd risico vast op acute lymfocytaire leukemie (ALL) na hepatitis B-vaccinatie (81).  Na meerdere dosissen lag het risico ook hoger.  De vraag rees welke de rol was van Thiomersal bij dit fenomeen.
  • Leukemie werd destijds door een Belgische arts vastgesteld na gele koorts vaccinatie. 
  • Varicella: Acute lymfocytaire leukemie bij een kind van 4 jaar, 2 jaar na inenting met Varivax in 2006 (46).

6. Het Evans syndroom is een combinatie van twee auto-immuun aandoeningen, waarbij antistoffen gevormd worden tegen zowel de bloedplaatjes als tegen rode bloedcellen.  80% van de kinderen reageert goed op de behandeling met corticosteroïden en/of intraveneuse immunoglobulines, maar velen hervallen en moeten naderhand behandeld worden met sterkere immunosuppressiva.

  • Martinez en Domingo (1992) beschreven het probleem na HBV-vaccinatie (84).

II. DE BLOEDVATEN [top]

1. Vasculitis is een ontsteking van de bloedvaten.  Zowel de grote als de kleine bloedvaten kunnen hierbij betrokken zijn.  Volgens het kaliber van het bloedvat spelen ook verschillende overgevoeligheidsmechanismen een rol.

Oorzaken van vasculitis waren vaccinatie tegen

  • influenza (griep): 1980 (18); 1981 (20); 1990 (137); 1993 (82); 2001 (115); 
  • BCG: (5); 
  • rubella: 1995 (111);
  • hepatitis A: 1996 (9);
  • hepatitis B: 1990 (23); (1993) (4); 1999 (79); 
  • pneumokokken: 1998 (44);
  • anthrax: 2003 (92);
  • kinkhoest: Chronische diffuse vasculitis werd reeds vastgesteld in 1966 (12); 
  • tetanus: 2001 (115). 

Verder werd een aantal specifieke vormen van vasculitis waargenomen na inenting.

a) Cryoglobulinemie is een aandoening waarbij eiwitten betrokken zijn die neerslaan bij lage temperaturen.  Ze is beschreven na vaccinatie tegen

  • hepatitis B: 1994 (74), 1996 (85); 
  • hepatitis A 1995 (123);
  • influenza 1998 (134), 1999 (80), 2001 (34).

b) Het Goodpasture syndroom waarbij vooral de bloedvaten van longen en de nieren worden aangetast.  Uit eigen contacten kennen we drie casussen, waarvan er twee dodelijk afliepen.  De betrokken vaccins waren

  • BCG (tuberculose),
  • tetanus,
  • mazelen.

c) Polyarteritis nodosa (PAN) is een ontstekingsreactie met ontaarding van de middelgrote bloedvaten, vaak op de splitsing van het bloedvat.  Zowel de inwendige organen als de huid kunnen getroffen worden.  Soms noodzaakt dit tot de amputatie van lichaamsdelen of het vervangen van de getroffen bloedvaten door kunststofgreffes.  

Ook hier kunnen verschillende vaccins de aandoening uitlokken.  Hepatitis B-vaccinatie is zonder twijfel de meest frequente oorzaak.  Beschrijvingen van een verband met het HBV lopen doorheen de medische literatuur sinds 1970.  

  • hepatitis A: 1974 (144); 
  • hepatitis B: Le Goff in 1988 (78); door Cockwell in 1990 (23); door Allen in 1993 (4); door Hindryckx in 1995 (58); door Vinceneux in 1996 (135), door Gatel in 1996 (47), door Kerleau in 1996 (70); door Kerleau in 1997 (71); door Saadoun in 2001 (115). 
  • tetanus: Neau, 1996 (94); 
  • mazelen: de Silveira, 1997 (31);
  • kinkhoest: Bishop, 1966 (12);
  • griep: Wharton, 1974 (144).

d) Henoch-Schönlein is een aparte vorm van vasculitis die vooral kinderen treft.  Vastgesteld na griepvaccinatie: Damjanov 1979 (29), Patel 1980 (100), Mormile 2004 (90).

e) Churg-Strauss vasculitis na vaccinatie tegen

  • tetanus: Guillevin, 1983 (52);
  • hepatitis B: Vanoli, 1998 (133).

f) Acute Hemorrhagic Edema of Infancy = AHEI 

  • Hepatitis B: De Raeve, 1995 (32).

g) Een lymfocytaire vasculitis

  • die zich voordeed als onderhuids oedeem werd beschreven door Drucker in 1997 (36).

h) Leucoclastische vasculitis na 

  • pneumokokken vaccinatie: Fox, 1998 (44);
  • HBV-vaccinatie: Grézard, 1998 (51).

i) Ziekte van Raynaud: 

  • Goolsby, 1989 (49); Cockwell, 1990 (23). 

III. HET HART [top]

1. Infarct 

  • na vaccinatie tegen  tetanus: 1981 (33).

2. Myocarditis (= ontsteking van de hartspier) 

  • was bekend als complicatie van het vaccin tegen pokken (33) .  Ook in recente tijden trad het probleem opnieuw op.  Toen de Amerikaanse overheid besliste zijn militairen opnieuw te vaccineren tegen pokken traden verschillende gevallen op van postvaccinale myocarditis.  Hoewel het verschijnsel goed bekend was uit de geschiedenis van pokkenvaccinatie en reeds beschreven werd in 1957 (28), deed de overheid hierover heel verbaasd en pretendeerde het probleem niet te kennen.
  • na choleravaccinatie: 1984 (83).

3. Angor pectoris

  • Pijn aan het hart ten gevolge van zuurstoftekort kan uitgelokt worden door vaccinatie, onder andere tegen griep: 1978 (54).

IV.  Anafylactische shock [top]

Shock is een plotse, intense bloeddrukval.  Het probleem treedt meestal op als een allergische reactie waarbij door een plotse verwijding van de kleine arteriën de druk in het stelsel te laag wordt om de vitale organen van voldoende zuurstof te voorzien.  Maar ook toxische oorzaken zijn mogelijk, zoals een vasculitis, waardoor te veel bloed uit de bloedvaten sijpelt, met hetzelfde gevolg.

De patiënt wordt bleek, vertoont meestal een koude klamme huid, en verliest snel het bewustzijn.  Tenzij snel gereageerd wordt met de inspuiting van adrenaline is het risico bijzonder groot dat de shock fataal afloopt.

Vrijwel elk vaccin kan een anafylactische shock uitlokken.  Voorbeelden vindt u terug in het boekje “Vaccinaties en het immuunsysteem” van dr. Kris Gaublomme.

    Influenza

  • Curphey (1947) doet het dramatische verhaal van een driejarig meisje dat na subcutane griepvaccinatie een zware allergische reactie doet, met cyanose, convulsies en shock.  Alle inspanningen ten spijt overleed het kind enkele uren later (27).
  • Warshaw (1961) beschrijft laattijdige reacties (140). 
  • Ehrengut & Allerdist (1977) beschrijven zulke reactie bij een allergische persoon optredend een half uur na vaccinatie (39).  
  • Warren (1956) beschrijft een geval waar de reactie later komt, namelijk 4 tot 5 uur na vaccinatie, en gepaard ging met koorts, neusloop en bronchospasme (139).
  • Hennessen (1978) meldt enkele gevallen van shock na griepvaccinatie (54).
  • Nakayama (2007) meldt 0,068 gevallen per 100.000 na dit vaccin, en wijdt de reactie aan de aanwezigheid van gelatine in het product (93).

    Mazelen

  • Aukrust (1980) onderzocht zes kinderen met anafylactische reacties na mazelen vaccinatie.  Opmerkelijk was dat geen van hen atopisch was, maar bij drie van hen werd wel atopie vastgesteld bij eerstegraads verwanten. Slechts één van de slachtoffers reageerde op een priktest met het vaccin; geen enkele bleek overgevoelig voor eiwit, eigeel, koemelk of kalfserum. Van 4 van de slachtoffers was het vaccin afkomstig van hetzelfde lot.  Tal van reacties werden geobserveerd: cyanose, hoest, kortademigheid, stridor, shock, angio-oedeem, urticaria, sopor, overgeven.  De auteur stelt vast dat de frequentie van het probleem door hem vastgesteld veel hoger ligt (1/15.000 à 20.000) dan wat gehanteerd wordt in andere landen (1à 2/1.000.000), met de vraag of dit ligt aan een algemene onderrapportering van het probleem, of met een ‘hot lot’ dat in Noorwegen op de markt kwam (6).
  • Thurston (1987) nam anafylaxie waar na mazelenvaccinatie (129).

    Rubella

  • Pollock en Morris (1983) vermelden 3 gevallen van anafylactische shock na rubella vaccinatie (103).

    BMR

  • Fasano ontdekte twee gevallen van anafylaxie na BMR-vaccinatie, maar merkt op dat dit merkwaardig genoeg geen kinderen waren met eiwit-allergie.  Bij kinderen met eiwit-allergie werden door hem geen anafylactische reacties opgemerkt (42).
  • Sissman (1992) meldt een ernstige reactie op BMR-vaccinatie (122).
  • Kelso (1993) constateerde anafylaxie op basis van gelatine-allergie (67).
  • Sakaguchi (1996) vond specifieke anti-gelatine IgE’s bij 24 van 26 kinderen met allergische reacties op BMR-vaccins (117). Ook in 1995 had hij reeds een 10 dergelijke gevallen gepubliceerd op 11 reacties (116).
  • Ponvert (1998) noemt anafylaxie na BMR-vaccinatie een toenemend probleem en wijt dit aan de aanwezigheid van gelatine in het vaccin (105).
  • Meyler (2006) vermeldt 14 gevallen van encephalitis na BMR-vaccinatie, of een frequentie van 0,5/100.000 vaccinaties (88).
  • Nakayama (2007) geeft aan dat anafylaxie na BMR-vaccinatie reeds bekend was sinds 1993 (93).

    Tetanus

  • Het vroeger gebruikte antitetanusserum leidde wel vaker tot een dodelijke afloop (3), (73), (119).
  • Fatale anafylactische reacties na tetanusvaccinatie zijn mogelijk (33) p.162. Het tetanus toxine was beschikbaar vanaf 1938.  Binnen de twee jaar na de in gebruik name ervan begonnen meldingen over anafylactische reacties aan het licht te komen.  “Deze reacties traden op zowel bij toxine dat met formol als dat met aluminium bewerkt was, en ze traden op na een eerste, tweede of volgende reactie.”  (16).  
  • Cooke en collega’s (1940) hebben de aandacht getrokken op dit fenomeen en een aantal gevallen beschreven  (24).  
  • Parish en Oakley (1940) gaven een beschrijving van anafylaxis na tetanus vaccinatie  (99).  
  • Datzelfde jaar deed Whittingham hetzelfde (145).
  • Cunningham meldde in 1940 een terugkerende anafylactische reactie na tetanus toxine bij een gezond vrouwelijk staflid.  Drie weken na haar eerste spuit trad een plotse spierstijfheid op gevolgd door een intense opstoot van netelkoorts gepaard met intense huidirritatie.  Ondanks deze reactie werd zes weken later een tweede vaccin toegediend; binnen de 5 minuten zakte te patiënte in mekaar.  Toen ze terug bij kennis kwam werd er spierstijfheid met overgeven en diarree vastgesteld.  De volgende 24 uur bleef de patiënt zeer belabberd.  De allergie werd toegeschreven aan Witte peptone, een element van de voedingsbodem waarop de bacterie, Clostridium Tetani, gekweekt was.  Deze beide vaccins werden toegediend ondanks een zware reactie op een voorgaande difterie vaccinatie (26).  
  • Regamey vermeldt twee gevallen.  De eerste patiënt reageerde niet op de eerste dosis maar ging in shock 8 uur na de tweede dosis.  De derde dosis, 6 maanden later, was oorzaak van het overlijden van deze persoon binnen de twee uur na inenting ten gevolge van anafylaxis (109).  
  • Bierschenk (1969) beschrijft een geval met fatale afloop (11).  
  • Ehrengut (1973) bevestigt het verschijnsel van anafylactische schock, zelfs met dodelijke afloop (38).  
  • Spiess (1973) werd datzelfde jaar met dit probleem geconfronteerd  (125).  
  • Zaloga en Chernow (1982) melden een geval dat bijna fataal afliep. De patiënt was 20 jaar oud en had sedert zijn zevende levensjaar geen herhaling meer gehad.  Na verzorging van een snijwonde kreeg hij prompt ook een tetanusvaccin toegediend. Minuten later werd hij kortademig, begon te piepen, werd licht in het hoofd en verloor het bewustzijn.  Twee onderhuidse dosissen van epinefrine (aderenaline) konden zijn ademhaling niet normaliseren.  De intubatie mislukte wegens oedeem van het strottenhoofd, en een tracheotomie werd ingezet.  Daarop herpakte hij zich, en kon na 24 uur het ziekenhuis verlaten (147). 
  • Spann (1986) doet het verhaal van een 14-jarig jongetje dat gewoon een kras opliep toen hij met de hond aan het spelen was.  De eigenaar van de hond stond erop dat het kind tegen tetanus ingeënt werd, wat ook gebeurde.  Vijf minuten later was het kind dood (124).  
  • Wilson beschrijft 10 gevallen in Engeland tussen 1938 en 1946, waarvan 3 na tetanus vaccinatie en 2 na gecombineerde vaccins.  7 van de 10 liepen fataal af (146).  
  • Staak en Wirth beschreven eveneens een dodelijke afloop van anafylaxie na tetanusvaccinatie in 1973.  Een 24-jarige vrouw stierf een half uur na haar tetanus herhalingsinenting.  Ze had niet gereageerd op eerdere vaccins, maar ze leed aan astma, en haar zus had een allergische reactie op het tetanus vaccin gedaan.  Deze beide contra-indicaties waren over het hoofd gezien door haar schoonvader die de fatale spuit toediende (126).
  • Frank et al. beschrijven het dramatische verhaal van de dood van een 34-jarige man.  Hij deed een gecompliceerde reactie na de inenting met shock en het Lyell syndroom, gekenmerkt door handpalmgrote blaren gevuld met een zwarte vloeistof die de huid loslaten.  Dit trad op vier dagen na de tweede herhaling.  Na uitgesproken zwelling van de ingespoten arm en de romp, de hals en het hoofd, ging de man progressief in shock en ontwikkelde zich het Lyell syndroom hoofdzakelijk over de gezwollen lichaamsdelen.  Ischemische contractuur van de spieren trad op en er zette zich een veralgemeende verstijving van de spieren in zoals bij een lijk (45).  
  • Facktor tenslotte schreef een artikel over overgevoeligheid aan tetanustoxine in 1973  (40).  
  • Fischmeister (1974) beschreef een acute anafylactische shock binnen de 3 à 5 minuten na vaccinatie  (43).  
  • 33% van de 740 patiënten met problemen na vaccinatie, onderzocht door Jacobs (1982), deden anafylactoïde reacties (62).

    Gele koorts

  • Ook gele koorts vaccinatie kan tot shock leiden, zoals beschreven door Kelso in 1999 (68).
  • Het Nederlandse RIVM vermeldt het risico op shock na vaccinatie (LCI-richtlijn).

    Hepatitis B

  • Stratton (1994) vermeldt anaflaxie, zelfs met dodelijke afloop (128).
  • Duclos (2003) geeft een anafylactische reactie aan als absolute tegenindicatie voor een volgende vaccinatie.  Hij raamt de frequentie op 1/600.000 dosissen (37). 
  • In twee gevallen kon de anafylactische reactie toegeschreven worden aan Saccharomyces cerevisiae, de kweekbodem waarop het Engerix B-vaccin geproduceerd wordt: Brightman beschrijft dit reeds in 1989 (15), en een Franse bron meldt hetzelfde in 1994 (2).

    Difterie & Kinkhoest

  • Werne en Garrow (1946) beschrijven de dood van een eeneiïge tweeling na een tweede dosis van kinkhoest & difterie vaccinatie.  De lijkschouwing wees op shock als doodsoorzaak (143).

    DPT

  • Nakayama (2007) meldt het probleem na difterie-tetanus-kinkhoest vaccinatie met een incidentie van 0,095/100.000 (93).

    Pneumokokken

  • Ook na pneumokokkenvaccinatie werd anafyaxie beschreven.  Het vigilantiesysteem van Pasteur-Mérieux-MSD zelf meldt 5 gevallen na Pneumo 23, waarvan 4 volwassenen en 1 kind (105).

    Tyfus

  • Waldbott (1934) zag drie gevallen van anafylactische shock na tyfus-vaccinatie.  Twee konden gereanimeerd worden, maar de derde overleed (138).

    Japanse encefalitis

  • Nakayama (2007) meldt anafylactische reacties na vaccinatie tegen Japanse encefalitis, met een incidentie van 0,063/100.000 (93).
  • Ook Ponvert (1998) meldt dit probleem, verbonden aan de aanwezigheid van gelatine in vaccins (105).

    Varicella

  • Ponvert (1998) meldt anafylaxie na varicellavaccinatie, ook hier verbonden aan de aanwezigheid van gelatine in het vaccin (105).

    BCG

Bij het BCG-vaccin lijkt dextran de oorzaak te zijn voor het uitlokken van anafylaxie bij patiënten die door een voorgaande injectie gesensitiseerd waren voor het product. Dit is zelfs mogelijk bij pasgeborenen omdat de moederlijke IgG’s doorheen de placenta dringen (105).  Ook Ponnighaus (1991) wijst op dextran als bron van een zware anafylactische reactie door IgG-antistoffen tegen het product (104), evenals Rudin in 1991 (113), Rudin in 1995 (114).

 

BESLUIT

Tal van aandoeningen van hart, bloed en bloedvaten kunnen uitgelokt worden door vaccins die in onze routine vaccinatieschema’s aanwezig zijn, vaak ook aan baby’s toegediend worden.  Dit overzicht bewijst dat enige voorzichtigheid met dergelijke vaccins noodzakelijk is, terwijl van deze voorzichtigheid in de dagelijkse praktijk weinig terug te vinden is.  Het is dan ook aan de patiënt en de ouders om hun eigen verantwoordelijkheid op te nemen. 

 

LITERATUUR

  1. Anon.;  Adverse effects of pertussis and rubella vaccines.  National academy press, 1991
  2. Anon.;  Complications dermatologiques liées à la vaccination anti-hépatite B.  L’officiel des Dermatologistes, 1994; mars, 41:11-2
  3. Adebahr, G.;  Schocktod bei erstmaliger prophulaktischer subcutaner Injektion von Tetanusserum.  Dtsch Z ges gerichtl Med, 1952; 41:405
  4. Allen, M.B.; Cockwell, P.; Page, R.L.;  Pulmonary and cutaneous vasculitis following hepatitis B vaccination.  Thorax, 1993; 48/5:580-1 
  5. Ashley, D.; Watson, R.;  Pustular vasculitis complicating BCG vaccination.  Tub Lung Dis, 1992; 73/2:126
  6. Aukrust, L.; Almeland, T.L.; Refsum, D.; et al.;  Severe hypersensitivity or intolerance reactions to measles vaccine in six children.  Allergy, 1980; 35/7:581-7 
  7. Autret, E.; Jonville-Bera, A.P.; Galy-Eyraud, C.; et al.;  Purpura thrombopénique après vaccination isolée ou associée contre la rougeole, la rubéole et les oreillons.  Arch Péd, 1996; 3/4:393-4
  8. Azeemuddin, S.;  Thrombocytopenia purpura after combined vaccine against measles, mumps, and  rubella.  Clin Pediatr (Phila), 1987; 26/6:318  [0319]
  9. Bani-Sadr, F.; Gueit, I.; Humpert, G.;  Vasculitis related to hepatitis A vaccination.  Clin Infect Dis, 1996; 22/3:596
  10. Beeler, J.; Varricchio, F.; Wise, R.;  Thrombocytopenia after immunization with measles vaccines: review of the vaccine adverse events reporting system (1990-1994).  Pediatr Infect Dis J, 1996; 15/1:88-90
  11. Bierschenk, H.;  Über die Häufigkeit atypischer Impfverläufe.  Dtsch. Ges. Ws., 1969; 24/1081-85
  12. Bishop, W.B.; Carlton, R.F.; Sanders, L.L.;  Diffuse vasculitis and death after hyperimmunisation with pertussis vaccine. Report of a case.  NEJM, 1966; 274:616-9
  13. Black, C.; Kaye, J.A.; Jick, H.;  MMR vaccine and idiopathic thrombocytopaenic purpura.  Br J Pharmacol, 2003; 55/1:107-11
  14. Breidenbach, H.;    In: Stobbe/Stieglitz.  Autoimmunerkrankungen in der Hämatologie, Akademie-Verlag, Berlin 1969 
  15. Brightman, C.A.; Scadding, G.K.; Dumbreck, L.A.; et al.;  Yeast-derived hepatitis B vaccine and yeast sensitivity.  Lancet, 1989; 333/8643: 903 of Lancet, 1989; 22:903
  16. Brindle, M.J.; Twyman, D.G.;  Allergic reactions to tetanus toxoid.  BMJ, 1962; I:1116-7
  17. Brown, R.C.; Blecher, T.E.; French, E.A.; et al.;  Thrombotic thrombocytopenic purpura after influenza vaccination.  BMJ, 1973; 2/861:303
  18. Bumberg, S.;  A possible association between influenza vaccination and small-vessel vasculitis.  Arch Int Med, 1980; 140/6:847-8
  19. Cario, W.R.; Schneeweiss, B.;  Akute thrombozytopenische Purpura nach Virusimpfungen.  Kinderärztl. Prax., 1972; 40/448-453
  20. Cannata, J.; Cuesta, V.; Peral, V.; et al.;  Reactivation of vasculitis after influenza vaccination.  BMJ, 1981; 283/6290:526
  21. Casoli, P.; Tumiati, B.;  Acute idiopathic thrombocytopenic purpura after influenza vaccination.  Medicina (Firenze), 1989; 9/4:417-8
  22. Champsaur, H.; Bottazzo, G.-F.; Bertrams, J.; et al.;  Virologic, immunologic and genetic factors in insulin-dependent diabetes mellitus.  J Pediatr, 1982; 100/1:15-20
  23. Cockwell, P.; Allen, M.B.; Page, R.;  Vasculitis related to hepatitis B vaccine.  BMJ, 1990; 301/6763:1281-2
  24. Cooke, R.A.; Hampton, S.; Sherman, W.B.; et al.;  Allergy induced by immunization with tetanus toxoid.  JAMA, 1940; 114:1854
  25. Coulter, H.L.; Fisher, B.L.;  DPT, a shot in the dark.  Harcourt Brace Jovanovich, 1985
  26. Cunningham, A.A.;  Anaphylaxis after injection of tetanus toxoid.  BMJ, 1940, Oct 19; 522-3
  27. Curphey, T.J.;  Fatal allergic reaction due to influenza vaccine.  JAMA, 1947; 133/15:1062-4
  28. Dalgaard, J.B.;  Fatal myocarditis following smallpox vaccination.  American Heart Journal, 1957; 54/1:156-8
  29. Damjanov, J.; Amato, J.A.;  Progression of renal disease in Henoch-Schönlein purpura after influenza vaccination.  JAMA, 1979; 242:2555-6
  30. Danon, D.; Jerushalmy, Z.; Devries, A.;    Virology, 1959; 9:719 
  31. da Silveira, C.M.; Salisbury, D.M.; de Quadros, C.A.;  Measles vaccination and Guillain-Barré syndrome.  Lancet, 1997; 349/9044:14-6
  32. De Raeve, L.;  Acute hemorrhagic edema of infancy.  J Eur Acad Dermat Vener, 1995; 5:25  [3563]Dias, P.J.; Gopal, S.; Refractory thrombotic thrombocytopenic purpura following influenza vaccination.  Anaesthesia, 2009; 64/4:444-6
  33. Dittmann, S.;  Atypische Verläufe nach Schutzimpfungen.  Beitr Hyg Epidemiol, 1981; 25:1-274
  34. Dos Santos, A.; et al.;  Vaccination antigrippale, cryoglobulinémie et vascularite (deux observations).  Rev Méd Int, 2001; 22 Supp 1:171
  35. Drachtman, R.A.; Murphy, S.; Etinger, LJ.;  Exacerbation of chronic idiopathic thrombocytopenic purpura following measles-mumps-rubella immunization.  Arch Pediatr Adolesc Med, 1994;148:326-7
  36. Drucker, Y.; Prayson, R.A.; Bagg, A.; et al.;  Lymphocytic vasculitis presenting as diffuse subcutaneous oedema after hepatitis B virus vaccine.  J Clin Rheumatol, 1997; 3/3:158-61
  37. Duclos, Ph.;  Safety of immunization and adverse events following vaccination against hepatitis B.  J hepatol, 2003; 39:83-8
  38. Ehrengut, W.;  Anaphylaktische Reaktion nach Tetanustoxoid-Injektion.  Dtsch Med Wschr, 1973; 98/10:517
  39. Ehrengut, W.;  Allerdist, H.;  Über neurologische Komplikationen nach der Influenzaschutzimpfung.  Münch Med Wschr, 1977;119/20:705-10
  40. Facktor, M.A.; Bernstein, R.A.; Fireman, P.;  Hypersensitivity to tetanus toxoid.  J Allerg Clin Immunol, 1973; 52/1:1-12
  41. Fanconi, G.;  Lehrbuch der Pädiatrie.  Benno Schwabe &Co, Basel-Stuttgart, 1967
  42. Fasano, M.B.; Wood, R.A.; Cooke, S.K.; et al.;  Egg hypersensitivity and adverse reactions to measles, mumps and rubella vaccine.  J Pediatr, 1992;120:878-81 
  43. Fischmeister, M.;  Akute Reaktion nach Tetanustoxoid-Injektion.  Dtsch Med Wschr, 1974; 99/26:850 
  44. Fox, B.C.; Peterson, A.;  Leucocytoclastic vasculitis after pneumococcal vaccination.  Am J Infect Control, 1998; 26: 365-6
  45. Frank, K.-H.;  Tödliche Impfkomplikationen (Lyell-Syndrom) nach Tetatoxoid.  Dt. Gesundh.wesen, 1974; 29:1430-1434
  46. Galea, S.; Sweet, A.; Beninger, P.; et al.;  The safety profile of Varicella Vaccine: A 10-Year Review.  J Inf Dis, 2008; 197:165-9 
  47. Gatel, A.; Cacoub, P.; Sbaï, A.; et al.;  Périartérite noueuse systémique après vaccination contre l’hépatite B.  Rev Méd Int, 1996; 17/ 3:467
  48. George, J.N.; Vesely, S.K.;  Immune Thrombocytopenic purpura - Let the treatment fit the patient.  NEJM, 2003; 349:903-5
  49. Goolsby, P.L.;  Erythema nodosum after Recombivax HB hepatitis B vaccine.  NEJM, 1989; 321/17:1198-9
  50. Granier, H.; Nicolas, X.; Laborde, J.P.; et al.;  Severe autoimmune thrombopenia following anti-influenza vaccination.  Press Med, 2003; 32:1223-4
  51. Grézard, P.; Bérard, F.; Wollf, F.; et al.;  Vasculitis and hepatitis B vaccination: Report of 2 cases.  J Eur Acad Derm Vener, 1998; 11/2:193
  52. Guillevin, L.; et al.;  Etiologie et circonstances déclenchantes des angéites nécrosantes avec manifestations respiratoires.  Ann Méd Int, 1983; 134:625-8
  53. Haneberg, B.; Matre, R.; Winsnes, R.; et al.;  Acute hemolytic anemia related to diphtheria-pertussis-tetanus vaccination.  Acta Paediatr Scand,1978;67/3:345-50 
  54. Hennessen, W.; Jacob, H.; Quast, U.;  Neurologische Affektionen nach Influenza - Impfung.  Der Nervenarzt, 1978; 49/2:90-6
  55. Hennessen, W.; Quast, U.;  Adverse reactions after pertussis vaccination. International symposium on Immunization: Benefit vs risk factors.  Developments in Biological Standardization, 1979; 43:95-100 
  56. Herrlich, A.; Regamey, B; Ramshorst, J.D.; Ehrengut, W.;  Handbuch der Schutzimpfungen.  Springer Verlag, 1965;394-425
  57. Hermida, G.; et al.;  Oral vaccination with autologous platelets in chronic autoimmune thrombocytopenic purpura.  Medical Hypotheses, 2001; 57/5:612-5  
  58. Hindryckx, P.H.F.B.;  Periarteritis Nodosa na vaccinatie tegen hepatitis B.  Ned Tijdsch Derm Vener, 1995; 5:317 
  59. Ikegame, K.; Kaida, K.; Fujioka, T.; et al.;  Idiopathic thrombocytopenic purpura after influenza vaccination in a bone marrow transplantation recipient.  Bone marrow transplant, 2006; 38:323-4
  60. Ivanovski, P.I.; Ivanovski, I.P.;  Childhood acute lymphoblastic leukemia is triggered by the introduction of immunization against diphtheria.  Med Hypotheses, 2007; 68/2:324-7
  61. Jacob, D.; et al.;  Purpura vasculaire d’automne: penser à la vaccination antigrippale.  Rev Méd Int, 2001; 22 Supp 1:171-2
  62. Jacobs, R.L.; Lowe, R.S.; Lanier, B.Q.;  Adverse reaction to tetanus toxoid.  JAMA, 1982; 247/1:40-2
  63. Jacobs, W.A.;  Case report: Acute thrombotic thrombocytopenic purpura and cholecystitis.  J Emerg Med, 1985; 2/4:265-9
  64. Jonville-Bera, A.P.; et al  Thrombocytopenic purpura after measles, mumps and rubella vaccination: a retrospective survey by the French regional pharmacovigilance centres and pasteur-merieux serums et vaccins.  Pediatr Infect Dis J, 1996; 15:44-8
  65. Kanellopolus, N.P.; Ioannu, K.; Anoniadis, I.;    Med Klin, 1962; 57:1816  [3633]
  66. Kanesa-Thasan, N.; et al.;  Safety and immunigeniity of attenuated dengue virus vaccines (Aventis-pasteur) in human volunteers.  Vaccine, 2001; 19:3179-88
  67. Kelso, J.M.; Jones, R.T.; Yunginger,J.W.;  Anaphylaxis to measles, mumps, and rubella vaccine mediated by IgE to gelatin.  1993; J allerg clin immunol, 91/4:867-72
  68. Kelso, J.M.; et al.;  Anaphylaxis from yellow fever vaccine.  J Allerg Clin Immunol, 1999; 103/4:698-701
  69. Kelton, J.G.;  Vaccination-Associated relapse of immune thrombocytopenia.  JAMA, 1981; 245/4:369-71
  70. Kerleau, J.M.; Lecomte, F.; Lair, G.; et al.;  Doit-on considérer la vaccination contre l’hépatite B comme une nouvelle étiologie de la périartérite noueuse?  Rev Méd Int, 1996; 17/3:467
  71. Kerleau, J.M.; Levesque, H.; Lair, G.; et al.;  La vaccination contre l’hépatite B est-elle une nouvelle cause de vascularite nécrosante?  Rev Méd Interne, 1997; 18/6:491-2
  72. Kiefaber, R.W.;  Thrombocytopenic purpura after measles vaccination.  NEJM, 1981; 305/4:225
  73. Klingenberg, H.G.; Marcsch, W.;  Gefahren der passiven Tetanusprophylaxe.  Wien klin Wschr, 1958; 70:606
  74. Krivitsky, A.; et al.;  Cryoglobulinémie après vaccination contre l’ hépatite B.  Rev Méd Int, 1994; 15/2:384
  75. Kumagai, T.; Yamanaka, T.; Wataya, Y.; et al.;  Gelatin-specific humoral and cellular immune responses in children with immediate and non-immediate-type reactions to live measles, mumps, rubella, and varicella vaccines.  J Allergy Clin Immunol, 1997;100:130-4
  76. Lambert, E.M.; Liebling, A.; Glusac, E.; et al.;  Henoch-Schönlein purpura following a meningococcal vaccine.  Journal Article] Pediatrics, 2003;  112(6 Pt 1):e491
  77. Landbeck, G.;    in: Zukschwerdt, T.; Thrombozytäre Gerinnungsstörungen. F.K. Schattauer-Verlag, Stuttgart 1967
  78. Le Goff, P.; Fauquert, P.; Youinou, P.; et al.;  Périartérite noueuse après vaccination contre l’hépatite B.  Presse Med, 1988; 17/34:1763
  79. Le Hello, C.; Cohen, P.; Bousser, M.G.; et al.;  Suspected hepatitis B vaccination related vasculitis.  J Rheumatol, 1999; 26/1:191-4
  80. Lohse, A.; Michel, F.; Auge, B.; et al.;  Vascular purpura and cryoglobulinemia after influenza vaccination.  Case report and literature review.  Rev Rhum, 1999;66/6:359-60
  81. Ma, X.; Does, M.; Buffler, P.A.; et al.;  Immunization and risk of childhood leukemia - preliminary results from the Northern California Childhood Leukemia Study, a poster presented at American Association for Cancer Research Annual Meeting, San Francisco, April 9, 2002.  San Francisco, April 9, 2002
  82. Mader, R.; Narendran, A.; Lewtas, J.; et al.;  Systemic vasculitis following influenza vaccination--report of 3 cases and literature. Review.  J Rheumatol; 1993; 20/8:1429-31
  83. Mall, T.; Gyr, K.;  Episode resembling immune complex disease after cholera vaccination.   Trans R Soc Trop Med Hyg, 1984; 78/1:106-7 
  84. Martinez, E.; Domingo, P.;  Evan's syndrome triggered by recombinant hepatitis B vaccine.  Clin Infect Dis, 1992; 15/6:1051
  85. Mathieu, E.; Fain, O.; Krivitzky, A.;  Cryoglobulinaemia after hepatitis B vaccination.  NEJM, 1996; 335/5:355
  86. Meindersma, T.E.; De Vries, S.I.;  Thrombocytopenic purpura after smallpox vaccination.  BMJ, 1962; 226
  87. Meyboom, R.; Fucik, H.; Edwards, I.R.;  Thrombocytopenia reported in association with hepatitis B and A vaccines.  Lancet, 1995; 345/8965:1638 
  88. Meyler;  Measles, mumps, and rubella vaccines.  Meyler's Side Effects of Drugs: The International Encyclopedia of Adverse Drug Reactions and Interactions (Fifteenth Edition), 2006, Pages 2207-2223
  89. Miller, E.; Waight, P.; et al.;  Idiopathic thrombocytopenic purpura and MMR vaccine.  Arch Dis Child, 2001; 84/3:227-9
  90. Mormile, R.; et al.;  Henoch–Schönlein purpura with antiphospholipid antibodies after influenza vaccination: how fearful is it in children?  Vaccine, 2004, July 29 
  91. Mullen; 1990
  92. Muñiz, A.E.;  Lymphocytic vasculitis associated with the anthrax vaccine: case report and review of anthrax vaccination.  J Emerg Med, 2003; 25/3:271-6
  93. Nakayama, T.; Onoda, K.;  Vaccine adverse events reported in post-marketing study of the Kitasato Institute from 1994 to 2004.  Vaccine, 2007; 25:570-6
  94. Neau, D.; Creac’h, C.; Bonnet, F.; et al.;  Périartérite noueuse après vaccination antitétanique: une observation.  Rev Méd Int, 1996; 17 Supp 3: 466
  95. Neau, D.; Bonnet, F.; Michaud, M.; et al.;  Immune thrombocytopenic purpura after recombinant hepatitis B vaccine: retrospective study of seven cases.  Scand J Infect Dis, 1998; 30/2:115-8
  96. Neiderud, J.;  Thrombocytopenic purpura after a combined vaccine against morbilli, parotitis and rubella.  Acta Paed Scand 1983; 72/4: 613-4
  97. Nieminen, U.; Peltola, H.; Syrjala, M.T.; et al.;  Acute thrombocytopenic purpura following measles, mumps and rubella vaccination. A report on 23 patients.  Acta Paediatr, 1993; 82/3:267-70
  98. Nuevo, H.; Nascimento-Carvalho, C.M.; Athayde-Oliveira, C.P.; et al.;  Thrombocytopenic purpura after hepatitis B vaccine: case report and review of the literature.  Ped Infect Dis J, 2004; 23/2:183-4
  99. Parish, H.J.; Oakley, C.L.;  Anaphylaxis after injection of tetanus toxoid. Report of a case.  BMJ, 1940; 1/294-5
  100. Patel, U.; Bradley, J.R.; Hamilton, D.V.;  Henoch-Schönlein purpura after influenza vaccination.  BMJ, 1988; 296/6639:1800
  101. Pichichero, M.E.; Deloria, M.A.; Rennels, M.B.; et al.;  A safety and immunogenicity comparison of 12 acellular pertussis vaccines and one whole-cell pertussis vaccine given as a fourth dose in 15- to 20-month-old children.  Pediatrics, 1997; 100/5:772-88
  102. Pilotti, G.;  Piastrinopenia co anemia emolitica acuta in corso di vaccinazione antipoliomielitica.  Minerva Pediat., 1975, 24 Mars; 27/10:637-9
  103. Pollock T.M.; Morris, J.;  A 7 year survey of disorders attributed to vaccination in North-West Thames region.  Lancet, 1983; 1:753-7
  104. Ponnighaus, J.M.; Fine, P.E.M.; Moreno, C.;  Hypersensitivity to dextran in BCG vaccine.  Lancet, 1991;337:1039
  105. Ponvert, C.; Bakonde, V.B.; Paupe, J.; et al.;  Les réactions allergiques vaccinales.  Rev Fr allergol, 1998;38/4:296-305
  106. Poullin, P.; Gabriel, B.;  Thrombocytopenic purpura after recombinant hepatitis B vaccine.  Lancet, 1994; 344/8932:1293
  107. Rajantie, J.; et al.;  Vaccination associated thrombocytopenic purpura in children.  Vaccine, 2007; 25/10:1838-40
  108. Ramakrishnan, N.; Parker, L.P.;  Thrombotic thrombocytopenic purpura following influenza vaccination - a brief case report.  Conn, med, 1998; 62/10:587-8  [4150] 
  109. Regamey, E.;    Schweiz med wschr, 1940; 70:697
  110. Richter, K.H.; Buchwald, G.;  Pocken, Purpura und Inkubationsimpfung.  Med Welt, 1973;24/45;1765-74
  111. Riikonen, R.S.;  Retinal vasculitis caused by rubella.  Neuropediatrics, 1995; 26/3:174-6
  112. Ronchi, F.; Cecchi, P.; Falcioni, F.; et al.;  Thrombocytopenic purpura as adverse reaction to recombinant hepatitis B vaccine.  Arch Dis Child, 1998; 78/3:273-4 
  113. Rudin, C.; Amacher, A.; Berglund, A.;  Anaphylactoid reaction to BCG vaccination.  Lancet, 1991,337,377
  114. Rudin, C.; Günthard,J.; Halter, C.; et al.;  Anaphylactoid reaction to BCG vaccine containing high molecular weight dextran.  Eur J Pediat, 1995;154:941-2
  115. Saadoun, D.; Cacoub, P.; Mahoux, D.; et al.;  Vascularites postvaccinales: à propos de trois observations. (Vasculitis complicating vaccination: a report of three cases).  Rev Méd Int, 2001; 22/2:172-6
  116. Sakaguchi, M.; Ogura, H.; Inouye, S.;  IgE antibody to gelatin in children with immediate-type reactions to measles and mumps vaccines.  J Allergy Clin Immunol 1995;96:563-5
  117. Sakaguchi, M.; Nakayama, T.; Inouye, S.;  Food allergy to gelatin in children with systemic immediate-type reactions, including anaphylaxis, to vaccines.  J allergy clin immunol, 1996; 98:1058-61
  118. Salmon, J; Bull Acad Med belg, 1962; 2:113
  119. Schwabe, H.;  Gefahren der passiven Tetanusprophylaxe.  Mschr Unfallheilk, 1959; 62:314
  120. Seyfert, P.H.; Weibezahl, W.;  Streptokokkenphlegmonen als Folge einer Erwachsenen-Tetanusschutzimpfung.  Dtsch. Ges. Wes., 1969/2058-59
  121. Simondon, F.; Preziosi, M.P.; Yam, A.; et al.;  A randomized double-blind trial comparing a two-component acellular to a whole-cell pertussis vaccine in Senegal.  Vaccine, 1977; 15/15:1606-12
  122. Sissman, N.J.;  Allergic reactions to MMR vaccine.  Pediatrics, 1992;88:168-9 
  123. Somer, T.; Finegold, S.M.;  Vasculitides associated with infections, immunization, and antimicrobial drugs.  Clin Infect Dis, 1995; 20/4:1010-36
  124. Spann, W.;    Medical Tribune, 1986; 19:10
  125. Spiess, H.;  Anaphylaktische Reaktionen nach aktiver Tetanus-Immunisierung.  Dtsch Med Wschr, 1973; 98:682 
  126. Staak, M.; Wirth, E.;  Zur Problematik anaphylaktischer Reaktionen nach aktiver Tetanus-Immunisierung.  Dtsch. Med. Wschr., 1973; 98/110-111
  127. Starke, G.; Hlinak, P.; et al.;    Dtsch. Ges. wesen, 1970; 25/2348
  128. Stratton, K.R.; Howe, C.J.; Johnston, R.B.Jr.;  Adverse events associated with childhood vaccines: evidence bearing on causality.  National Academy Press, Washington, 1994
  129. Thurston, A.;  Anaphylactic shock reaction to measles vaccine.  J Royal Coll Gen Pract, 1987;37/294:41
  130. Tishler, M.; Levy, O.; Amit-Vazina, M.;  Immune thrombocytopenic purpura following influenza vaccination.  Isr Med Ass J, 2006; 8/5:322-3
  131. Tishon, A.; et al.;  A model of measles virus-induced Immunosuppression: enhanced susceptibility of neonatal Human PBLS.  Nature Medicine, 1996; 2/11:1250-4
  132. Tsuji, T.; Yamasaki, H.; Tsuda, H.;  Refractory idiopathic thrombocytopenic purpura after influenza vaccination.  Rinsho Ketsueki, 2009; 50/7:577-9
  133. Vanoli, M.; Gambini, D.; Scorza, R.;  A case of Churg-Strauss vasculitis after hepatitis B vaccination.  Ann Rheum Dis, 1998; 57/4:256-7
  134. Verschuren, F.; Blockmans, D.;  Poussée de purpura vasculaire et vaccination contre l’ influenza à propos d’une observation.  Louvain Méd, 1998; 117:149-52 
  135. Vinceneux, P.; et al.;  Vaccinations et rhumatismes.  L’actualité rhumatologique, 1996; 28-34 
  136. Vlacha, V.; Forman, E.N.; Miron, D.; et al.;  Recurrent thrombocytopenic purpura after repeated measles-mumps-rubella vaccination.  Pediatrics, 1996; 97/5:738-9
  137. Vial, T.; Laine, V.; Delcombel, M.; et al.;  Vasculitis after influenza vaccination. Report of 5 cases.  Thérapie, 1990; 45/6:509-12
  138. Waldbott, G.L.;  Allergic death: protracted shock.  Arch int med, 1934; 54:597
  139. Warren, W.R.;  Encephalopathy due to Influenza Vaccine.  Arch Intern Med, 1956; 97:803-5
  140. Warshaw, L.J.;  Delayed allergic reactions to influenza vaccine.  New York J Med, 1961; 61:3907 
  141. Wattiaux, M.J.; Moulonguet-Doleris, L.; Cabane, J.; et al.;  Purpura rhumatoïde après vaccination antigrippale.  Presse Méd, 1988; 17/13:649-50
  142. Welch, R.G.;  Thrombocytopenic purpura and chicken pox.  Arch. Dis. Chilh., 1956; 31:38
  143. Werne, J.; Garrow, I.;  Fatal anaphylactic shock occurrence in identical twins following second injection of diphtheria toxoid and pertussis antigen.  JAMA, 1946; 131/9:730-5
  144. Wharton, C.F.; Pietroni, R.;  Polyarteritis after influenza vaccination.  BMJ, 1974;2/914:331-2
  145. Whittingham, H.E.;  Anaphylaxis following administration of tetanus toxoid.  BMJ, 1940; 1:292-3 
  146. Wilson, G.S.;  The Hazards of Immunization.  Oxford University Press, New York, 1967; The Athlone Press, London, 1967
  147. Zaloga, G.; Chernow, B.;  Life-threatening anaphylactic reaction to tetanus toxoid.  Anales of allergy, 1982; 49/2:107-8
  148. Zupanska, B.; Lawkowicz, W.; Górska, B.; et al.;  Autoimmune haemolytic anaemia in children.  Br J Haematol, 1976; 34/3:511-20