Geaborteerde foetussen en het Covid-19 vaccin

In de zoektocht naar een Covid-19 vaccin worden alle ethische waarden overboord gegooid.  Zo wordt op verschillende manieren gebruik gemaakt van geaborteerde foetussen om tot een vaccin te komen.

Ten eerste werd longweefsel van deze geaborteerde foetussen overgeplant op muizen om het effect van een covid-infectie en de behandeling ervan te kunnen onderzoeken.

Daarnaast gebruiken minstens vijf van de farmaceutische bedrijven die momenteel aan een coronavaccin werken cellijnen afkomstig van geaborteerde foetussen om hun vaccin te ontwikkelen.  Daaronder het vaccin van Oxford-Astra Zenica waar ons land voor geopteerd heeft.  Ook Moderna, het Chinese CanSino, Inovio en Johnson & Johnson/ Janssen Pharmaceutica maken gebruik van deze techniek.  Ofwel worden deze cellen gebuikt om het adenovirus te produceren dat het genetisch materiaal van het corona onze cellen moet binnenloodsen, of om de eiwitten te produceren van de uitsteeksels van het virus (spicula) die als antigeen moeten dienen.

Er bestaan wel degelijk alternatieven voor het gebruik van dit foetaal materiaal, alternatieven die geen ethische problemen stellen.  Dat bewijzen andere firma’s zoals Novavax, Sanofi-GSK en Sinovac die werken met cellijnen van volwassenen of dieren.

Ondanks een verbod op het gebruik van geaborteerd foetaal materiaal heeft de Amerikaanse regering reeds 2 miljard dollar steun verleend aan bedrijven die toch deze cellen gebruiken.