Mazelen (samenvatting)

MAZELEN

    DE ZIEKTE

Mazelen is een virale infectie die de huid, de ogen en het ademhalingsstelsel beïnvloedt.  De ziekte is besmettelijk van enkele dagen voor, tot een kleine week na het uitbreken van de uitslag.  Er bestaan 24 verschillende genotypes van het mazelenvirus, waarvan enkel het type A in mazelenvaccins voorkomt. Besmetting gebeurt via speekseldruppeltjes.  De eerste symptomen treden op 10 à 12 dagen na de infectie, de uitslag volgt meestal 14 dagen na infectie en verspreidt zich gedurende een drietal dagen.  De patiënt met mazelen is besmettelijk van 2 à 4 dagen voor het uitbreken van de uitslag tot 3 dagen na het uitbreken ervan.  Andere virussen kunnen een gelijkaardig beeld veroorzaken, zodat een correctie diagnose enkel kan gesteld worden na laboratoriumonderzoek: specifieke IgM-antistoffen in het bloed, of een uitstrijkje van neus of keel. 

Er is veel te doen over de ernst van mazelen.  Vandaag de dag wordt de ziekte in de media afgeschilderd als zeer gevaarlijk, met een risico op overlijden van 1/1.000, en ernstige neurologische gevolgen zoals SSPE.  Dit beeld wordt door de historische cijfers volledig ontkracht.  In het decennium voor de invoering van het vaccin (1963) waren er in de USA 3 à 4 miljoen gevallen van mazelen per jaar, waarvan er ongeveer 500.000 gerapporteerd werden, met 400 à 500 doden per jaar.  Ongeveer 85% van de infecties verliepen zo mild dat ze niet eens gemeld werden.  Het sterftecijfer was voor de invoering van het vaccin reeds gedaald tot 0,01%, of 1/10.000 infecties. 

De CDC factsheet vermeldt: “Voor vaccins beschikbaar waren werd praktisch iedereen geïnfecteerd tijdens de kinderjaren, en tegen de leeftijd van 6 jaar was 50% van de kinderen immuun, en op 15 jaar was meer dan 90% van de bevolking immuun”.

Dr. Anne Schuchat, directeur van het National Center for Immunization and Respiratory Diseases van de CDC verklaarde voor Associated Press in 2014 dat er in de USA sinds 2003 geen enkel overlijden ten gevolge van mazelen werd genoteerd.  In de periode 2006 - 2010 vermeldt het Amerikaanse VAERS systeem echter wel 108 doden ten gevolge van mazelenvaccinatie (4 verschillende vaccins).

Mazelen is een aandoening die een typisch cyclisch verloop kent.  Om de drie à vijf jaar is er een opstoot van de ziekte, waardoor vatbare personen een natuurlijke immuniteit opbouwen waarna er terug een rustige periode van enkele jaren volgt.

De ernst van de ziekte was al spectaculair afgenomen voor er van een vaccin sprake was.  Het sterftecijfer was gedaald met meer dan 95% tussen 1915 en 1958, en dit zowel in de Verenigde Staten als in Engeland.  In 1900 was dit cijfer nog 13,3 per 100.000, terwijl het in 1955 gedaald was tot 0,03 per 100.000.  In het midden van de zeventiger jaren, na jaren vaccinatie, was dit cijfer precies hetzelfde als 10 jaar tevoren, voordat men met massavaccinaties begonnen was.

Symptomen

Typisch voor de ziekte zijn de rode vlekjes met witte stip op de binnenkant van de wangen, Koplik vlekjes genaamd.  Maar we kennen mazelen vooral als de rode uitslag, vaak beginnend achter de oren, die zich dan uitbreidt naar het gezicht en van daaruit naar onder toe: de romp, armen en benen.  Geleidelijk versmelten de vlekjes.  Vaak zijn de ogen ontstoken, heeft de patiënt neusloop en gaat hij hoesten.  De halsklieren kunnen gezwollen voorkomen.  Dit alles gaat gepaard met koorts, soms hoge koorts tot 40°C, gedurende een viertal dagen.  Na een week verdwijnen alle klachten spontaan.

Mogelijke complicaties van mazelen zijn middenoorontsteking of longontsteking, Zeer zeldzaam kan meningitis optreden.  Nog zeldzamer is het voorkomen van subacute scleroserende panencefalitis (SSPE), waarbij het virus progressief de hersenen besmet.

De behandeling van mazelen is enkel symptomatisch: rust, koortscontrole, voldoende vochttoediening. Zeer belangrijk is de toediening van vitamine A waardoor men ernstige complicaties kan voorkomen.

Om de complicaties van mazelen te vermijden is het zeer belangrijk dat de patiënt de ziekte op de juiste manier kan doorlopen, namelijk kort en hevig.  Een acute reactie van het immuunsysteem is de beste manier om het virus op korte tijd op te ruimen.  Daarom is het absoluut fout om de koorts te zeer te onderdrukken.  Immers, daardoor remt men de reactie van het immuunsysteem af en opent de deur voor mogelijke complicaties.  Een beperkte controle van de koorts door lauwe badjes en kompressen is veel efficiënter en veiliger dan gebruik van koortswerende medicatie.

Verder wordt vitamine A ten zeerste aanbevolen.  Vooral in de derde wereld blijkt dat dit het risico op overlijden zeer sterk terugdringt.

 

HET VACCIN

EFFICIËNTIE

Er zijn verschillende factoren die de efficiëntie van het mazelenvaccin in de weg staan.

Ten eerste reageert niet iedereen efficiënt op een vaccinatie.  Dit verschil is genetisch bepaald.

Er zijn personen die helemaal niet reageren op het vaccin, en dus geen antistoffen aanmaken.  Men noemt dit “non-responders”.

Er zijn mensen die wel antistoffen aanmaken maar onvoldoende om beschermd te zijn tegen de ziekte.  Dit zijn de “lage responders”.  Ondanks vaccinatie zijn ze vatbaar voor infectie en kunnen ze de ziekte verspreiden.

Ook bij personen die een beschermende antistoftiter produceren zullen deze antistoffen na verloop van tijd afnemen, waardoor ze opnieuw vatbaar worden voor mazelen. 

Bovendien bepaalt niet alleen de hoeveelheid antistoffen de immuniteit tegen mazelen, maar ook, zo niet vooral, de affiniteit van deze antistoffen voor de antigenen van het virus.  Er is aangetoond dat zelfs met voldoende antistoffen immuniteit niet gegarandeerd is omdat de affiniteit onvoldoende is.  Net als het aantal antistoffen in het bloed neemt ook deze affiniteit in de loop der jaren af, waardoor een gevaccineerde, ondanks nog steeds voldoende antistoffen, toch weer vatbaar wordt voor de ziekte.  Bovendien blijkt deze affiniteit van antistoffen, en dus de efficiëntie ervan, hoger na een natuurlijke infectie dan na vaccinatie.

Ten tweede is er niet zo maar “een mazelenvirus”.  De Wereldgezondheidsorganisatie registreerde tot nog toe (2019) 24 verschillende genoypen (stammen) van het virus.

Mazelenvaccins bevatten tegenwoordig allemaal het genotype A.  Nochtans behoort geen enkel van de tegenwoordig circulerende wild-type mazelenvirussen (die dus de ziekte kunnen uitlokken) tot het type A.  Zowel de CDC als de WGO bevestigen dit.  Daar bovenop komen nog eens de honderden mutaties van het virus die de ronde doen.

Het is dan ook zeer de vraag hoe deze vaccins kunnen beschermen tegen een afwijkend wildtype, en dus mazelen kunnen voorkomen.  Hoewel van officiële zijde beweerd wordt dat het huidige vaccin beschermt tegen alle mogelijke types van het mazelenvirus wordt deze bewering weerlegd door de bevindingen in China. Daar bleek dat de antistoffen aangemaakt na vaccinatie goed werkten tegen het virus uit het vaccin maar niet tegen de virussen die op dat moment mazelen veroorzaakten.

Dit alles verklaart waarom epidemieën van mazelen voorkomen in goed gevaccineerde populaties en niet het gevolg zijn van een te lage vaccinatiegraad. 

Ook tijdens de ophefmakende opstoot van mazelen in California, 2015, bleek 55% van de besmette personen gevaccineerd te zijn, waarvan velen nog zeer recent. 

Aanvankelijk werden de gevallen waar het vaccin gefaald had toegeschreven aan het vermoeden dat de slachtoffers slechts één maal gevaccineerd waren.  Later bleek echter dat ook na een herhalingsdosis 2-10% van de gevaccineerden mazelen kregen.

 

Statistieken illustreren zonneklaar dat vaccinatie tegen mazelen niet de minste invloed gehad heeft op de daling qua mortaliteit van de ziekte. Nog voor het eerste mazelenvaccin ooit werd gezet was de mortaliteit reeds gedaald met ruim 98% (zie fig). 

Vaak wordt gesteld dat wanneer een kind toch mazelen krijgt ondanks vaccinatie het de ziekte toch doormaakt met minder uitslag, wat dan alsnog als een voordeel gezien wordt.  Een artikel in The Lancet (1985) bewijst echter precies het tegenovergestelde. De rash is precies een bewijs van vernietiging van de met mazelen besmette huidcellen.  Een geringe rash kan betekenen dat niet alle virussen geëlimineerd werden en er dus een chronische infectie blijft bestaan.  Net dit geeft aanleiding tot meer problemen op volwassen leeftijd, zoals immunologische aandoeningen, aandoeningen van de talgklieren, degeneratie van botten en kraakbeen, en bepaalde tumoren.

Immuniteit voor mazelen is trouwens veel complexer is dan het meten van antistoffen.  Met name de cellulaire immuniteit speelt een belangrijke rol. 

 

Kudde-immuniteit

Steeds weer wordt het argument van “kudde-immuniteit” aangehaald om twijfelaars te overhalen tot vaccinatie.  Hen wordt voorgespiegeld hoe belangrijk het is 95% of meer van de hele bevolking in te enten, waardoor de ingeënte groep bescherming zou bieden voor de niet-ingeënte uitzonderingen.  De ingeënte groep zou immers de circulatie van het virus onmogelijk maken en zou leiden tot wat men noemt “kudde-immuniteit”.  Tal van voorbeelden tonen aan dat dit argument een drogreden is en nergens op slaat.  In tal van populaties met een zeer hoge vaccinatiegraad (meer dan 95%) traden toch epidemieën op.  Ook in België is er momenteel (2019) een opstoot van mazelen, ook al zijn we trots op een vaccinatiegraad van 96%, en zou de “kudde-immuniteit” een opstoot dus moeten verijdelen.

 

VEILIGHEID

Een aspect van vaccinatie met het mazelenvirus is dat de immuniteit veroorzaakt door het vaccin van mindere kwaliteit is dan die na een natuurlijke infectie. De hoeveelheid antistoffen na vaccinatie daalt immers in de loop van het leven van een volwassene, en de kwaliteit ervan neemt af.  Het resultaat hiervan is dat zwangere vrouwen niet genoeg antistoffen kunnen meegeven aan hun baby, wat nochtans nodig is om hem te beschermen tijdens de zwangerschap en tijdens het eerste levensjaar.  Zodoende kunnen baby’s worden besmet met het virus waarbij de risico’s van de ziekte een stuk groter zijn dan bij besmetting op kinderleeftijd.  Ironisch genoeg wordt dit dan weer gebruikt om vaccinatie tegen mazelen te promoten…

Het verschil is dat de oudere, niet gevaccineerde moeders beschikten over een natuurlijke immuniteit die ze aan hun baby’s konden doorgeven, terwijl dit minder het geval was voor gevaccineerde moeders.  Dit is vooral van belang tijdens het eerste levensjaar wanneer de risico’s van het doormaken van de ziekte groter zijn dan op latere leeftijd.  Dit risico is dus toegenomen sinds de invoering van het vaccin, niet ondanks, maar omwille van deze invoering.

Indien de moeder besmet wordt tijdens haar zwangerschap (bv. ten gevolge van onvoldoende immuniteit na vaccinatie) dan leidt dit ook tot een toename van het sterftecijfer vlak voor, tijdens en vlak na de geboorte.

“Blootstelling tijdens deze periode (de zwangerschap) leidt tot een blijvende infectie, of verandert de reactie op een infectie tijdens het latere leven, wat leidt tot een permanente aanwezigheid van het mazelenvirus”.  Dit betekent niets minder dan het scheppen van een haard van chronische dragers van het mazelenvirus die hun omgeving met besmetting bedreigen.  Met andere woorden, het meest waarschijnlijke resultaat van de vaccinatie is precies het tegenovergestelde van wat de bedoeling was.

Deze verschuiving in leeftijd is zeer belangrijk geworden.  26% van de gevallen zijn tegenwoordig 20 jaar of ouder (7).

De CDC vermeldt hoe de mazelen opstoot tussen 1989 en 1991, na invoering van een tweede dosis, een belangrijke leeftijdsverschuiving vertoonde.  Voorheen kwam de ziekte hoofdzakelijk voor bij schoolkinderen (5 tot 19 jaar oud); sinds de opstoot kwamen 45% van de infecties voor bij kinderen van minder dan 5 jaar oud, en in 1990 was dat zelfs 48%.  Voor het eerst in de geschiedenis troffen de mazelen meer kinderen op zulke jonge leeftijd in plaats van tijdens schoolleeftijd (35%). Erger nog: de frequentie van mazelen bij kinderen van minder dan een jaar was meer dan twee keer zo hoog dan in eender welke andere leeftijdsgroep.  In dezelfde periode steeg het sterftecijfer tot 2,2 ‰, waarvan 49% bij kinderen onder de 5 jaar.

De leeftijdsverschuiving ten gevolge van vaccinatie verliep niet alleen naar onder toe.  Ook bij volwassenen werd mazelen sinds invoering van de vaccinatie vaker vastgesteld.  In 1973 waren personen vanaf 20 jaar slechts verantwoordelijk voor 3% van alle gevallen; in 1994 bedroeg hun aandeel reeds 24%, en in 2001 zelfs 48%.

    ALGEMENE NEVENWERKINGEN

Mazelen ten gevolge van vaccinatie.  Het mazelenvaccin is een levend virus vaccin.  Dit heeft als gevolg dat ongeveer 5% van de gevaccineerden mazelen ontwikkelt na en door de vaccinatie.

Koorts treedt op bij 5 à 15% van de gevaccineerden, meestal rond dag 7 na vaccinatie.  Koortsstuipen kunnen optreden bij 5,3/100.000 gevaccineerden.

Allergie.  Een ernstige allergische reactie, zoals anafylactische shock, kan optreden enkele minuten na vaccinatie.

Overlijden volgde vaker na het hoge-titer-vaccin (Edmonston-Zagreb) dat gebruikt werd in ontwikkelingslanden dan na het standaardvaccin.  Maar ook meer recent vielen er doden na mazelenvaccinatie.  De laatste 10 jaar werden er minstens 96 overlijdens gemeld na vaccinatie tegen mazelen (VAERS data).  Dit staat in pijnlijk contrast tot het feit dat er in de USA sinds 2003 geen enkel overlijden werd vastgesteld na mazelen.

Atypische mazelen.  Na gebruik van het originele dode vaccin stelde men vast dat kinderen slechts kortstondig immuun waren na vaccinatie, en dat een latere infectie door het wildvirus bij deze kinderen veel ernstiger verliep dan normaal.  Ook na het nog steeds in gebruik zijnde MMR II-vaccin worden atypische mazelen vermeld als nevenwerking (bijsluiter).  

 

    SYSTEMISCHE NEVENWERKINGEN

De meeste nevenwerkingen na mazelen vaccinatie treden op tussen dag 5 en 10 na de vaccinatie. 

    1. Zenuwstelsel

Verlammingen kunnen optreden, bijvoorbeeld Guillain-Barré, of spierzwakte.

De frequentie van koortsstuipen na mazelenvaccinatie ligt drie keer hoger dan men normaal mag verwachten in die leeftijdsgroep.

Status epilepticus is een toestand van aanhoudende epilepsie.  De prognose is slecht.

Hersenontsteking  en hersenvliesontsteking

Bewusteloosheid

Gangstoornissen door aantasting van de kleinhersenen

Verlamming van de zenuwen van ogen, oren en gelaat.

Delirium / verwardheid

Overlijden

Heel wat slachtoffers van neurologische complicaties overleefden deze niet.

    2. Bewegingsapparaat

Gewrichtsontsteking 

    3. Neus-keel-oorproblemen

Doofheid na gecombineerde mazelen-bof vaccinatie

Amandelontsteking of middenoorontsteking

    4. Bloedziekten

Tekort aan bloedplaatjes

    5. Ademhaling

Acute bronchiolitis met fatale afloop (70)

Bronchitis (2 kinderen) (70)

    6. Maag-darmproblemen

Overgeven of diarree

    7. Zicht

Oedeem van de oogpapil

    9. Infecties

Gezwollen lymfeklieren na vaccinatie

    10. Overlijden

    11. Chromosomale schade

Een schadelijk effect van de vaccinatie op het genetisch materiaal van onze cellen.

 

        CONTRA-INDICATIES

Mazelen is een levend virus vaccin en mag dus niet aan zwangeren worden toegediend. Vrouwen moeten zorgen dat ze de eerste drie maanden na inenting niet zwanger worden.

Vaccinatie bij HIV-seropositieven kan leiden tot chronische infectie en verdere verspreiding van de ziekte.

 

        HET BELANG VAN MAZELEN

    Mazelen en de bescherming van zuigelingen

Mazelen worden tegenwoordig afgeschilderd als een “killer”, terwijl verschillende artikels het belang van het doormaken van de ziekte voor ieder kind illustreren.

Het eerste voordeel van het natuurlijk doormaken van mazelen is dat de kwaliteit van de immuniteit na mazelen veruit superieur is tegenover de immuniteit na vaccinatie.  Herinfectie na doormaken van de ziekte is zeer zeldzaam, terwijl het lang geen uitzondering is na inenting.  Dit heeft als gevolg dat een niet-gevaccineerde vrouw een veel betere kans heeft op een goede immuniteit als ze ooit zwanger wordt dan een gevaccineerde.  Dit is natuurlijk van groot belang, gezien infectie tijdens het begin van de zwangerschap ernstige risico’s inhoudt voor de foetus.

    Mazelen en de ziekte van Crohn.

Een ander belangrijk thema is de link tussen de afwezigheid van een uit de kluiten gewassen mazeleninfectie en het ontwikkelen van de ziekte van Crohn (darmontsteking) in het latere leven.  Er is aangetoond dat het genetisch materiaal van het mazelenvirus meestal terug te vinden is in de darmletsels die de ziekte karakteriseren, en, anderzijds, dat het voorkomen van mazelen een beschermend effect heeft in verband met het optreden van de ziekte in het latere leven.

    Mazelen en atopie

Een publicatie uit de Lancet van 1996 illustreerde dat kinderen in Guinee-Bissau die mazelen gehad hadden minder kans liepen op atopie (allergische constitutie) in latere jaren.  Slechts 12,8% van de mazelenpatiëntjes ontwikkelde een atopie, vergeleken met 25,6% van de gevaccineerden.

    Mazelen en kanker

Een studie over de rol die bof speelt bij de preventie van eierstokkanker (cfr. infra) toont aan dat de zelfde bescherming ook uitgaat van het doormaken van mazelen.  Vrouwen die de mazelen (en andere kinderziekten) niet doorgemaakt hebben voor hun puberteit hebben 3,9 keer meer risico op eierstokkanker.

Albonico (1998) kwam er trouwens achter dat personen die infectieziekten, gepaard met koorts, doorgemaakt hadden minder kans hadden om later kanker te ontwikkelen (behalve borstkanker).

Mota (1973) stelde een herstel vast van de ziekte van Hodgkin bij een kind na het doormaken van mazelen.

    Mazelen en het nefrotisch syndroom

Enkele studies wijzen er op dat een ernstige, zelfs levensbedreigende ziekte zoals het nefrotisch syndroom (nieraantasting) zeer gunstig kan beïnvloed worden door het doormaken van mazelen.

    Mazelen en malaria

In 1991 reeds raakte bekend dat kinderen met acute mazelen minder gevoelig waren voor een infectie met malaria.  Bij kinderen met mazelen was slechts 25% met de malariaparasiet, tegenover 88% bij kinderen zonder mazelen.

Een jaar later beschreef ook Rooth (1992) een merkelijke vermindering van de belasting met malaria bij kinderen die mazelen of griep doormaakten; voor kinkhoest echter gold net het tegenovergestelde.

    Mazelen en epilepsie

Bepaalde auteurs stelden vast dat acute virale infecties, waaronder ook mazelen, vormen van onbehandelbare epilepsie deden verdwijnen.

    Mazelen en ziekte van Parkinson

Bij onderzoek op 50.000 studenten stelde men vast dat al wie mazelen had doorgemaakt, of een andere kinderziekte, minder risico liep op de ziekte van Parkinson.

    Mazelen en juveniele reumatoïde artritis

Bij enkele patiënten werd een verbetering vastgesteld van hun reuma na doormaken van mazelen.

    Mazelen en psoriasis

Ook psoriasis verdween bij enkele patiënten na mazelen.

 

    PREVENTIE

Al te snel wordt de conclusie getrokken dat een opstoot van mazelen het gevolg is van een te lage vaccinatiegraad, waarbij niet gevaccineerden de oorzaak zouden zijn van de opstoot.  Het feit dat a) epidemieën van mazelen optreden bij populatie met een vaccinatiegraad ver boven het streefcijfer van 95%; b) dat mazelen vastgesteld worden bij degelijk gevaccineerde personen, en c) dat de vaccinatie zelf in bepaalde gevallen de oorzaak blijkt te zijn van de infectie wijzen er sterk op dat de opstoten die we kennen niet het gevolg zijn van te weinig vaccineren (failure to vaccinate) maar van het falen van het vaccin om een opstoot te voorkomen (vaccine failure).  De klassieke reactie om te reageren op een opstoot met een geforceerde vaccinatiecampagne is dan ook niet wetenschappelijk gefundeerd.

 

    ALTERNATIEVEN

Een hele reeks studies toonden aan dat vitamine A een zeer waardevol effect heeft bij de bestrijding van de complicaties van mazelen, ook in de derde wereld.  Elders vindt u hierover een uitgebreide bijdrage.

 

BESLUIT

Mazelen is een natuurlijke kinderziekte.  Het doormaken ervan kan op verschillende manieren de evolutie van een kind gunstig beïnvloeden.  Het risico op nevenwerkingen kan door een gezonde voeding en een juiste aanpak van de infectie tot een perfect aanvaardbaar niveau herleid worden.  Vaccinatie geeft geen blijvende immuniteit, verschuift de leeftijd waarop de ziekte wordt doorgemaakt tot de meer riskante volwassen leeftijd, en brengt in se een aantal vermijdbare risico’s mee.

 

Meer gedetailleerde informatie en wetenschappelijke referenties hierover vindt u op de Jumbo pagina’s. Hiervoor moet u (gratis) inloggen.