PCR testen

Het hele coronabeleid is gebaseerd op het aantal vermeende infecties onder de bevolking.  Dit aantal wordt dan weer bepaald op basis van de fameuze PCR-test die de infectie moet aantonen. Maar die test op zich rammelt langs alle kanten en is onhoudbaar als bewijs voor het aantal SARS-CoV-2 infecties.

Tijdens zijn verhoor voor de BuitenParlementaire OnderzoeksCommissie 2020 in Nederland maakt moleculair bioloog Peter Borger brandhout van het hele systeem.  En Borger weet waarover hij spreekt: hij is gespecialiseerd in moleculaire genetica en biochemie.  In zijn verklaring legt hij uit waarom de PCR waardeloos is als test voor SARS-CoV-2 infecties.

1° Een PCR kan nooit rechtstreeks het genetisch materiaal van het virus testen.  Immers, een PCR toont enkel DNA aan, terwijl het genetisch materiaal van het virus uit RNA bestaat.  Daarom moet dit RNA eerst worden omgezet in DNA. PCR is dus geen methode om te testen maar om RNA om te zetten in DNA.  Alle conclusies hangen af van een juist opzet, een juiste uitvoering, een juiste aflezing en een juiste interpretatie van de PCR.  En op al deze vlakken loopt het fout.

2° De publicatie van 23 januari 2020 waarin de “test” wordt beschreven werd op 2 dagen tijd ingeleverd, goedgekeurd en gepubliceerd, maar nooit “peer reviewed”, dat wil zeggen: nooit door andere experten op dit gebied gecontroleerd op zijn juistheid en waarde.  Volgens Borger had het artikel een dergelijke peer review ook nooit overleefd omwille van de talrijke tekortkomingen.  Het is duidelijk dat het artikel MOEST verschijnen omdat men het nodig had voor de geplande strategie.

3° De toename van het aantal positieve testen eind september was slechts schijn.  Dit had alles te maken met een wijziging die men (in Nederland) doorgevoerd had in de test.  De nieuwe testen controleerden slechts op één gen, terwijl de vroegere op twee genen testten.  Overigens stelt Borger dat men eigenlijk op minstens drie genen had moeten testen om met zekerheid de aanwezigheid van het volledige virus te kunnen aantonen.  Met slechts 1 of 2 genen die overeenkomen heeft men mogelijks te maken met slechts een fragment van het virus, dat dus niet meer besmettelijk is, of zelfs met een heel ander virus. Bovendien werd door het RIVM het aantal vermenigvuldigingen (cycli) tijdens de test opgedreven van 30 naar 35, waardoor men ogenschijnlijk meer positieve gevallen bekwam.  Ten eerste, aldus Borger, is het ongehoord en ongezien dat men tijdens een proces de procedure verandert, en getuigt dit van slechte wetenschap.  Ten tweede is daardoor geen vergelijking meer mogelijk tussen de resultaten van eerder dit jaar en de nieuwe resultaten tijdens deze virtuele ‘tweede golf’.

4° Er is geen ‘negatieve controle’ uitgevoerd op de test.  Deze controle had moeten aantonen dat de test negatief reageert op andere virussen dan het SARS-CoV-2 dat men wil aantonen.  Dat is dus niet gebeurd, en men kan bijgevolg onmogelijk uitsluiten dat de test positief reageert op andere virussen.

5° De ‘primers’ en ‘probes’ die men gebruikt bij de PCR-test zijn niet specifiek voor het SARS-CoV-2 virus. Ze kunnen dus ook wijzen op andere coronavirussen.  

6° De primerconcentraties zijn vier tot vijf keer te hoog om een betrouwbaar resultaat te krijgen.

7° De bindingssterkte tussen DNA en primer (GC-gehalte) bleek bij twee van de zes gebruikte primers veel te laag.

8° Het temperatuurverschil tussen twee primers bij de afkoeling van het DNA tijdens de test mag maximaal 1 à 2 °C bedragen, maar bedroeg bij controle tot 10 °C.

9° De test geeft vals-positieve resultaten.  Bij hertesten gebeurt het geregeld dat de controletest negatief uitvalt terwijl de eerste positief was.  Eigenlijk zou dus elke positieve test gedubbelcheckt moeten worden, of volgens Borger zelfs een tweede keer gecontroleerd, wat niet gebeurt.  Het gevolg daarvan zijn talloze personen die zonder geldige reden in quarantaine gestuurd worden.

 

Tom Jefferson van het Centre for Evidence Based Medicine, zit op dezelfde lijn.  

De test detecteert nooit het virus, enkel, in het beste geval, een stukje van zijn RNA.  Dat RNA kan afkomstig zijn van een dood virus, en zegt dus niets over de besmettelijkheid van de positief geteste persoon.  Dat RNA kan reeds weken tot maanden aanwezig zijn in ons lichaam, en enkel een stille getuige zijn van een lang vervlogen infectie.  

Aanwezigheid van actief virus zou kunnen aangetoond worden door de kweek ervan uit de luchtwegen of uit de stoelgang.  Maar zo’n kweek wordt zelden of nooit gedaan.  Men verlaat zich liever op het aantonen van viraal RNA wat geenszins de aanwezigheid van levende virussen bewijst.  De weinige (14) studies die wel het virus probeerden aan te tonen via kweek op cellen waren dan nog van matige kwaliteit.  

Bullard toonde aan dat, 8 dagen na de infectie, er geen levend virus meer kon aangetoond worden.

Kampen vond iets langer na de aanvang van de symptomen nog infectieus virus terug: tot maximum 20 dagen; na 15 dagen was de kans om het virus nog terug te vinden amper 5%.  Bovendien ondervonden ze dat, zodra er antistoffen tegen het virus worden aangetroffen, dit virus nog wel aanwezig is maar niet meer infectieus is.

 

Bronnen:

Jefferson: Are you infectious if you have a positive PCR test result for COVID-19?

Bullard:  Predicting infectious SARS-CoV-2 from diagnostic samples