Rubella

HET VACCIN

EFFICIËNTIE

De natuurlijke immuniteit bij vrouwen is 80 à 90%, zodat maximum 10 à 20% zou kunnen voordeel halen uit een vaccinatie (14).

Chang (1970)6 en Horstman (1970)7 toonden aan dat meer dan 50% van de gevaccineerden opnieuw geïnfecteerd wordt vergeleken met slechts 5% van de mensen met een natuurlijke immuniteit (5).

Polk et al (11) verklaren dat een voorgeschiedenis van rubella-immunizatie geen betrouwbare parameter is voor het voorspellen of een individu al dan niet immuun zal zijn.

In 1974, in Wyoming, USA, trad een epidemie op 9 maanden na een uitgebreide vaccinatiecampagne (22).

In 1986 blijft de graad van seronegativiteit bij volwassenen tussen de 10 en de 20%, dus op hetzelfde niveau als voor het inschakelen van de vaccinaties (23).

Lage antistofspiegels, zoals men die vaak vindt bij gevaccineerden, beschermen niet tegen de ziekte.

Andere studies bevestigen het voorkomen van rubella bij gevaccineerde individuen (12).

Rubella-embryopathie kan voorkomen bij vrouwen die (kort) tevoren gevaccineerd waren (1, 2, 3). Vaccinatieprogrammas hebben deze kwaal geen halt toegeroepen (5). “Deze kinderen zijn slechts een fractie van het eigenlijke aantal omdat veel kinderen die sensorieel-neurologische doofheid als enig defect vertonen niet gediagnostiseerd worden als gevallen van congenitale rubella tenzij er een gedocumenteerde voorgeschiedenis is van rubella bij de moeder tijdens de zwangerschap (5).” Herinfectie met rubella is een ernstig risico voor zwangeren, vooral bij vrouwen die hun immuniteit te danken hebben aan een vaccinatie (5, 8).

 

VEILIGHEID

ALGEMENE REACTIES

  • Chronische vermoeidheid (25)

NEUROLOGISCH

  • Optische neuritis (9)
  • Myelitis (9, 10)
  • Paresthesieën van het aangezicht (16)
  • Perifere neuropathie (18); polyneuropathie (26)

LOCOMOTORISCH

  • Artritis (4, 11, 13, 14, 27, 28)
  • Beenderveranderingen (15)

INFECTIES

  • Klinische rubella na vaccinatie (18)
  • Foetale infectie door vaccinatie van de zwangere moeder (17, 19, 20, 21). In geval van een accidentele vaccinatie tijdens het eerste zwangerschapstrimester ligt de infectiegraad bij 31% (21).

GENITAAL

  • Orchitis (24)

IMMUNOLOGISCH

  • Hypogammaglobulinaemie (28).

 

BOOSTERS

De gangbare gewoonte om voor de puberteit het vaccin te herhalen leidt niet tot blijvende hoge antistofspiegels (32).

 

REFERENTIES

  1. (218) Morgan-Capner, P.; Clinically apparent rubella reinfection with a detectable rubella-specific IgM response BMJ 1983, 286: 1616
  2. (2213) Best, J.M.; Banatvala, J.E.; Morgan-Capner, P.; Miller, E.; Fetal infection after maternal reinfection with rubella: criteria defining reinfection. BMJ, 1989; 299:773-5
  3. (2213) Das, B.D.; et al Congenital rubella after previous maternal immunity. Arch Dis Child, 1990; 65:545-6
  4. (2312) Spruance, S.L.; Smith, C.B.; Joint complications associated with derivatives of HPV-77 rubella virus vaccine. Am J Dis Child, 1971; 122:105-11
  5. (2210*) Miller, E.; Rubella reinfection. Arch dis child; 19xx, x:820-1 (1990 or later)
  6. Chang, T.-W.; DesRosiers, S.; Weinstein, L.; Clinical and serologic studies of an outbreak of rubella in a vaccinated population. NEJM, 1970; 283:246-8
  7. Horstmann, D.M.; et al Rubella: reinfection of vaccinated and naturally immune persons exposed in an epidemic. NEJM, 1970; 283:771-8
  8. (2212) Morgan-Capner, P.; Does rubella reinfection matter? In: Mortimer, P.P.; ed Public Health Virology 12 reports. London: Public Health Laboratory
  9. (2190) Kline, L.B.; Margulies, S.L.; Oh, S.J.; Optic neuritis and myelitis following rubella vaccination. Arch neurol, 1982; 39:443-6
  10. (2069) Behan, P.O.; Diffuse myelitis associated with rubella vaccination. BMJ, 1977; ii:166
  11. Polk, B.F.; e.a. An outbreak of rubella among hospital personnel. NEJM, 1980; 303/10:541-5
  12. (821) Cusi, M.G.; e.a.; Serological evidence of reinfection among vaccinees during rubella outbreak. Lancet ii, 1990; 8722:1071
  13. (372) TINGLE, A.J.; Prospective immunological assessment of arthritis induced by rubella vaccine. Infect Immun 1983 40 (1) 22-8
  14. (362) VON WEHREN, U.; VON TORKLUS, D.; Arthritis nach Röteln-Impfung. Z Orthop 1983; 121 (6): 749-50
  15. (358) PETERS, M.E.; HOROWITZ, S.; Bone changes after rubella vaccination. AJR 1984 143 (1) 27-8
  16. (351) MORTON-KUTE, l.; Rubella vaccine and facial paresthesias. Ann Intern Med 1985; 102 (4) 563
  17. (344) PREBLUD, S.R.; WILLIAMS, N.M.; Fetal risk associated with rubella vaccine: implications for vaccination of susceptible women. Obstet Gynecol 1985; 66 (1): 121-3
  18. (325*) RUTLEDGE, S.L.; SNEAD, O.C.; Neurologic complications of immunizations. J Pediatr, 1986; 109/6: 917-24
  19. (2318) Modlin, J.F.; et al A review of five years experience with rubella vaccine in the United States. Pediatrics, 1975; 55:20
  20. (2319) Vaher, A.; et al Isolation of attenuated rubella vaccine virus from human products of conception and uterine cervix. NEJM, 1972; 286:1071
  21. (2320) Wyll, S.a.; Hermann, K.L.; Inadvertent rubella vaccination of pregnant women. JAMA, 1973; 225:1472
  22. Rachelefskyu, G.S.; Hermann, K.L.; Congenital rubella surveilance following epidemic rubella in a partially vaccinated community. J. Pediatr, 1974; 84:474
  23. Lamprecht, C.; et al An outbreak of congenital rubella in Chicago. JAMA, 1982: 247:1129
  24. (310) ZEFFER, K.B.; SAUER, M.V. Orchitis after a rubella vaccination. A case report.J Reprod Med 1988; 33 (1): 80-1
  25. (295) ALLEN, A.D.; Is RA27/3 rubella immunization a cause of chronic fatigue? Med. Hypotheses 1988; 27/3: 217-20
  26. (247) SCHAFFNER, W.; FLEET, W.F.; KILROY, A.W.; e.a. Polyneuropathy following rubella immunization. A follow-up study and review of the problem. Am J Dis Child, 1974; 127:684-8
  27. (246) THOMPSON, G.R.; WEISS, J.J.; SHILLIS, J.L.; e.a. Intermittent artritis following rubella vaccination. A three year follow-up. Am J Dis Child, 1973; 125: 526-30
  28. (250) TINGLE, A.J.; POT, C.H.; CHANTLER, J.K.; Prolonged arthritis, viraemia, hypogammaglobulinaemia, and failed seroconversion following rubella immunisation. Lancet, 1984, 1: 1475-6
  29. O'SHEA, S.; PARSONS, G.; BEST, J.M.; BANATVALA, J.E.; BALFOUR, H.H.; How well do low levels of rubella antibody protect? Lancet, 1981;ii: 1284
  30. (201) ENDERS, G.; CALM, A.; SCHAUB, J.; Rubella embryopathy after previous maternal rubella vaccination. Infection 1984, 12: 96
  31. (10) BOTT, L.M.; Congenital Rubella after successful vaccination. Med. J. Aust 1982; 1: 514-5
  32. ENDERS, G.; Boosterung von Rötelnantikörpern. Päd. Praxis 36; 181