Tuberculose

Tuberculose is een infectie door de Kochbacil. De meest voorkomende infectieplaats is in de longen, maar de infectie kan zich ook op andere plaatsen nestelen, zoals in de beenderen, de urinewegen, de hersenvliezen of de darmen. De ziekte staat in de volksmond bekend als “de tering”, en had vroeger een erg slechte treputatie omdat ze vaak dodelijk afliep. Men beschouwde het als een soort schande als iemand in de familie met de aandoening opgescheept zat, en vaak werd dit voor de buitenwereld zoveel mogelijk verzwegen.

Er is aangetoond dat er een significant verband bestaat tussen het optreden van tuberculose en de levensstandaard van de getroffenen (25). Dit geldt niet alleen voor de derde wereld, maar eveneens voor de westerse wereld. Het onderzoek werd immers verricht in de omgeving van Liverpool, Verenigd Koninkrijk (25). Dit maatschappelijk aspect wordt echter steevast genegeerd ten gunste van een zogenaamd preventiebeleid op basis van vaccinatie.

 

HET VACCIN

EFFICIËNTIE

Het BCG-vaccin is volstrekt nutteloos gebleken. Een studie van de WGO uit 1979 in India illustreerde dit. 260 000 Indiërs werden gedurende meer dan zeven jaar gevolgd; de helft van hen was gevaccineerd, de andere helft niet. Het besluit was dat er absoluut geen verband bestond tussen BCG-vaccinatie en bescherming tegen de ziekte (1). Een Frans rapport citeert dat “gedurende de voorbije 40 jaar het aantal gevallen van tuberculose per jaar drastisch gedaald is, zowel in landen waar het vaccin gebruikt werd als waar het niet gebruikt werd” (2). “... de helft van de gevallen met tuberculeuse meningitis hadden het BCG-vaccin gekregen, zonder enige invloed op de overlevingskansen.” (3) In een Frans ziekenhuis werden 62 personeelsleden behandeld die tbc hadden opgelopen op hun werk. Allen, zonder uitzondering, waren gevaccineerd tegen de ziekte (27).

 

VEILIGHEID

De nevenwerkingen van het vaccin worden in tal van artikels beschreven.

ALGEMENE REACTIES

De geschiedenis van het BCG-vaccin werd van in het begin overschaduwd door een accident dat een van de meest dramatische is in de geschiedenis van de vaccinaties. Dit was het Lübeck-ongeval. Tussen 10 december 1929 en 30 april 1930 werden in Lübeck, noord-Duitsland, 251 van 412 pasgeborenen drie keer gevaccineerd met een oraal BCG-vaccin binnen de eerste 10 dagen van hun leven. 72 van hen stierven aan veralgemeende tuberculose, hersenvliesontsteking, buikvliesontsteking, darmverstopping of aan andere vormen van de ziekte. De meesten van hen stierven binnen 2 à 5 maanden na vaccinatie, en op één na allemaal voor hun eerste levensjaar. 135 kinderen kregen tbc, 44 werden positief aan de tuberculinetest zonder de symptomen van de ziekte te krijgen. Van de 161 kinderen die in dezelfde periode geboren werden maar niet gevaccineerd kreeg geen enkel tb voor de leeftijd van 3 jaar. Bij de meeste kinderen kwamer er letsels van het darmstelsel voor ten gevolge van de toediening van het vaccin langs de mond; anderen kregen longletsels of een tuberculeuse oorontsteking.” (5)

Veralgemeende tuberculose

Onder de slachtoffers van het Lübecker ongeval stierven sommigen ten gevolge van veralgemeende tuberculose (5). Bespierres beschreef een gelijkaardig geval in Frankrijk in 1951 (28). Verspreide infectie na vaccinatie van AIDS-patiënten (16, 17).

Neurologische schade

Gedurende meerdere jaren werd neurologische schade in de medische literatuur ontkend. Nochtans kan in verschillende bronnen overtuigend bewijsmateriaal teruggevonden worden.

  • Tuberculeuse meningitis werd beschreven door Tardieu in twee voorheen gezonde kinderen (2). Bij beiden werd de verantwoordelijke kiem geïdentificeerd als de bacterie uit het vaccin. Het eerste slachtoffer was een vijfjarig jongetje dat gevaccineerd was op de leeftijd van 8 dagen. Op 4 maanden was de huidtest positief, waar deze reageerde negatief op 1 en 5 jaar. Daarop werd het kind opnieuw gevaccineerd, zonder enige noemenswaardige nevenreactie. Toch werd het kind 6 maanden later ziek en leed aan tuberculeuse hersenvliesontsteking,en kreeg een waterhoofd. Ondanks het herhalen van het vaccin bleven de IgG-antistoffen ruim ondermaats, terwijl de IgM antistoffen hoog waren.
  • Een meisje werd ingeënt op 3 jaar, en nog eens op 4 jaar omdat ze geen antistoffen kreeg na het eerste vaccin. 5 maanden later kreeg ze tuberculeuse hersenvliesontsteking.
  • In beide gevallen was er geen sprake van familiale voorgeschiedenis van tbc. De controles die uitgevoerd werden op de beide vaccins (BCG-Pasteur en Monovax, Mérieux) bleken normaal.
  • Pedersen et al beschreven in 1978 een geval van hersenvliesontsteking na vaccinatie met dodelijke afloop bij een voorheen gezond meisje (7).
  • Lachaux beschrijft hetzelfde bij een gezonde drie maanden oude baby (8).
  • Meer recent meldden Stone et al ook twee gevallen van hersenvliesontsteking door de bacterie uit het vaccin bij kinderen die behandeld werden tegen leucemie, zelfs zonder dat ze zelf gevaccineerd waren (6).
  • Dittmann beschrijft het fameuse Lübecker ongeval met een aantal doden ten gevolge van tuberculeuse meningitis (5).
  • Multiple sclerose na vaccinatie (9, 10)
  • Hersenabces (21)

Auto-immuun reacties

Uit eigen correspondentie ken ik twee gevallen van fataal aflopeng Goodpasture syndroom, een na BCG, een ander na tetanus vaccinatie.

Het BCG-slachtoffer was een 13-jarig meisje, in perfecte gezondheid, dat longproblemen kreeg met onder andere het ophoesten van bloed, binnen de twee weken na vaccinatie. Eerst werd het probleem foutief gediagnosticeerd als bronchitis, later als longontsteking. Opname in een gespecialiseerd ziekenhuis kon niet beletten dat ze tenslotte overleed.

Terugkeer naar virulentie

Publicaties uit de jaren 1927-33 uit Canada en de USA illustreerden de instabiliteit van het BCG-vaccin en zijn vermogen om terug virulent (ziekmakend) te worden (5).

LOCALE REACTIES

  • Verzweringen op de plaats van injectie (2). Onderhuidse abcessen (4).
  • Ontstoken lymfeklieren (2, 13, 14, 15)
  • Tuberculeuse buikvliesontsteking (5)
  • Darmverstopping (5)
  • Longtuberculose (5)
  • Tuberculeuse middenoorontsteking (5)
  • Beenmergontsteking (4, 22, 23)
  • Hersenvliesontsteking (6)
  • Beendertuberculose (18, 19, 20); Infectie van de wervelzuil (11); 6 gevallen van postvaccinale beendertuberculose beschreven in Zwitserland door Hanimann (12).
  • Gewrichtsontsteking (24).

 

CONCLUSIE

Een grootschalig onderzoek van de WGO bewees dat het BCG-vaccin volslagen waardeloos is. Meerdere rapporten tonen aan dat het vaccin zeer ernstige nevenwerkingen kan vertonen. Het is belangrijk te onderlijnen dat dit mogelijk is met loten die geen abnormale activiteit vertonen, en bij patiënten die geen reacties deden op vorige toedieningen van het vaccin.

 

DE CUTI-TEST

Een aantal testen werden ontworpen met de bedoeling de aanwezigheid van tuberculose bij een individu vast te stellen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van tuberculine, dit is een filtraat van Kochbacillen, de bacteriën die men terugvindt in een tuberculoseletsel.

Een cuti-reactie is een reactie van de huid op het inbrengen van een druppeltje verdunde tuberculine in een kras die speciaal daartoe in de huid is aangebracht.

Een intradermo-reactie is een soortgelijke reactie op het inspuiten van een kleine hoeveelheid verdunde tuberculine in de huid.

Een positieve reactie stelt men vast door 72 uur na inbrengen van de tuberculine de huidreactie hierop af te lezen. Iemand die drager is van de tuberculosebacil zal reageren op de test en dus een rode verdikking van de huid vertonen van 4 millimeter of meer. Zo iemand noemt men Cuti-positief. Alle anderen zijn Cuti-negatief. Wie cuti-positief is bezit antistoffen tegen de tuberculose-bacil, en wordt dus verondersteld besmet (geweest) te zijn.

Tot zover lijkt alles eenvoudig en redelijk, en lijkt de cuti-test een goed instrument om tuberculose op te sporen. In theorie staat een “virage” (de overgang van cuti-negatief naar cuti-positief) gelijk aan tuberculose-besmetting. Maar... er zijn talrijke bedenkingen te maken bij deze test.

Ten eerste is de BETROUWBAARHEID ervan aan te vechten (29).

De test kan namelijk vals positief zijn. Dat betekent dat iemand een positieve cuti-test kan vertonen zonder besmet te zijn met tuberculose.

Dit is onder meer mogelijk na herhaling van de Cuti-test. De test zelf kan dus een allergie tegen de Kochbacil veroorzaken en de verkeerde indruk wekken dat men hiermee besmet geweest is.

Andere oorzaken voor een schijnbare besmetting zijn: besmetting met atypische mycobacteriën, of met runder-tuberculose. Er zijn positieve reacties vastgesteld na contact met coli-bacillen of zelfs met glycerine.

Contact met dode Kochbacillen kan de test positief maken, uiteraard zonder dat men de ziekte oploopt.

De test kan ook vals negatief zijn, dus negatief uitvallen bij iemand die toch besmet is.

Ook dit kan het geval zijn na herhaling van de test, en dit des te meer naarmate de testen snel na mekaar en op dezelfde plaats uitgevoerd worden.

De reactie kan ondermaats zijn op latere leeftijd, bij ondervoede personen, na infecties allerhande, na vaccinatie, na gebruik van cortisone, in geval van kanker (Hodgkin, borstkanker), beginnende of terminale tuberculose, en zelfs onder hypnose.

Sommige mensen reageren helemaal niet op de test zonder dat men hervoor enige verklaring kan vinden.

Het verdwijnen van een positieve cuti-reactie kan het bewijs zijn van een verhoogde immuniteit in plaats van omgekeerd.

Zo ook is de interpretatie van een positieve test erg dubieus. Sommige auteur zien dit als een teken van gevoeligheid voor de ziekte, andere juist als een bewijs van immuniteit tegen dezelfde ziekte.

Dit alles toont aan dat het uitgangspunt van de test (cutipositief = tuberculose) allesbehalve waterdicht is, en zowel een positieve als een negatieve reactie op de test tot totaal verkeerde conclusies kunnen leiden.

Zelfs indien de test wel betrouwbaar zou geweest zijn zou hij geen informatie geven over de ernst van de infectie, hooguit over het al dan niet aanwezig zijn ervan.

Ten tweede zijn er ernstige vragen bij de VEILIGHEID van de tuberculinetest.

De testen op proefkonijnen laten absoluut niet toe te voorspellen hoe de mens op deze stof zal reageren.

Tuberculine toegevoegd aan cellen uit menselijk vruchtwater verstoren er de celdeling en veroorzaken veranderingen aan de chromosomen, ons erfelijk materiaal. Het veroorzaakt dus genetische schade.

Het tuberculine toegediend aan personen of dieren die besmet zijn met tuberculose is voor hen uiterst toxisch (giftig).

Het tuberculine maakt onze cellen gevoeliger (sensitiseert dus) voor een besmetting met tuberculose.

Talrijke reacties zijn vastgesteld bij toepassing van de test bij cuti-positieven, ter hoogte van de ogen, gewrichten, het spijsverteringsstelsel, het autonoom zenuwstelsel, of de hersenen en hersenvliezen. Koorts, gewrichtspijn en depressie gingen hiermee gepaard. Oedeem (vochtophoping ) rond een gewricht werd gevolgd door veralgemeende netelkoorts, purpura (onderhuidse bloedinkjes), gewrichtspijn en koorts bij een meisje van 10. Andere auteurs vermelden ademhalingsproblemen en toename van hoest en asthma, psychose, diarree, ... of algemene symptomen zoals zwakte, misselijkheid, malaise.

Een jonge recruut zakte in mekaar 2 minuten na de test en overleed een half uur later.

De cutitest kan een lichte of sluimerende infectie met tuberculose in volle hevigheid laten uitbarsten. Vooral tijdens de groei of onder stress moet men bedacht zijn op ernstige problemen na deze test.

Maar ook bij afwezigheid van een voorafgaande infectie kan de ziekte uitgelokt worden door de cutitest. Meerdere auteurs stelden levende Kochbacillen vast in letsels na toediening van steriel tuberculine.

Laattijdige reacties zijn meestal het gevolg van een negatieve reactie. Het lichaam is niet in staat zich meteen van de toxische producten te ontdoen, en zal op lange termijn de gevolgen hiervan ondergaan. Dit kan zich uiten als abnormale vermoeidheid of verminderd prestatievermogen, zowel fysiek als verstandelijk, verhoogde vatbaarheid voor infecties...

Ten derde is er GEEN UNIFORMITEIT in de test.

Vooreerst zijn er verschillende toedieningswijzen ontworpen: klevers, krasjes, inspuitingen in de huid.

Bovendien bleken er belangrijke verschillen te bestaan tussen de gebruikte tuberculines.

Ten derde, zoals hierboven vermeld, is er geen eensgezindheid over wat een positieve (of negatieve) test nu juist voor consequenties heeft.

 

ALTERNATIEVEN

Net zoals voor andere infecties is het mogelijk een infectie met de Koch-bacil in het bloed op te sporen. Al wat vereist is, is een eenvoudige bloename die geen enkel gevaar oplevert voor de patiënt.

 

REFERENTIES

  1. WHO; Trial of BCG vaccines in south India for tuberculosis prevention: first report. Bull WHO 1979; 57/5: 819-27 (583)- Puliyel, J.M.; et al Adverse local reactions from accidental BCG overdose in infants. BMJ, 1996; 313:528-9 (2269)
  2. Tardieu, M.; e.a. Tuberculous Meningitis due to BCG in Two Previously Healthy Children. Lancet i, 1988; 8583:440-1
  3. Newton, R.W.; Tuberculous meningitis. Arch Dis Child, 1994; 70:364-6
  4. Peltola, H.; Salmi, I.; Vahvanen, V.; Ahlqvist, J.; BCG vaccination as a cause of osteomyelitis and subcutaneous abscess. Arch dis child, 1984; 59:157-61
  5. Dittmann, S.; Atypische Verläufe nach Schutzimpfungen. Johan Ambrosius Barth Leipzig, 1981, p. 170
  6. Stone, M.M.; Meningitis Due To Iatrogenic BCG Infection In Two Immunocompromised Children. NEJM, 1995; 333/9:561-3
  7. Pedersen, F.K.; Engbaek, H.C.; Hertz, H.; Vergmann, B.; Fatal BCG infection in an immunocompetent girl. Acta Paediatr Scand, 1978; 67/4:519-523
  8. Lachaux, A.; et al Infection généralisée à BCG d'évolution favorable chez un nourisson de 3 mois sans déficit immunitaire reconnu. Arch Fr Pédiatr, 1986; 43:807-9
  9. Miller, H.; Cendrowski, W.; Schapira, K.; Multiple Sclerosis and Vaccination BMJ, 1967; 2:210-3
  10. Stovicek, J.; Cs. Neurol, 1959; 22,343
  11. Monreno, L.; et al Vertebral osteitis following BCG vaccination in a previously healthy child. Eur J Pediatr, 1990; 149:668-8
  12. Hanimann, B.; et al BCG osteitis in Switzerland: a report of 6 cases. Schweiz Med Wochenschr, 1987; 117:193-8
  13. Hengster, P.; Fille, M.; Menardi, G.; Suppurative lymphadenitis in newborn babies after change in BCG vaccine. Lancet, 1991; 337:1168-9
  14. Lymphadenitis associated with BCG immunization. Wkly Epidemiol Rec, 1988; 50:381-3 (2228)
  15. Hengster, P.; et al Occurrence of suppurative lymphadenitis after a change of BCG vaccine. Arch Dis Child, 1992; 67:952-5
  16. Winters, R.E.; Disseminated mycobacterium bovis infection from BCG vaccination of a patient with acquired immunodeficiency syndrome. MMWR, 1986; 34:227-8
  17. Ninane, J.; Grymonprez, A.; et al Disseminated BCG in HIV infection. Arch Dis Child, 1988; 63:1268-9
  18. Schopfer, K.; et al BCG osteomyelitis. Case report and review. Helv Paediatr Acta, 1982; 37:73-81
  19. Osteitis and other complications caused by generalised BCG-itis. Experiences in Sweden. Acta Paediatr Scand, 1982; 71:471-8
  20. Wasz-Höckert, O.; et al Osteitis caused by BCG vaccination of newborn.Bull Int Union Tuberc, 1979; 54:325
  21. Coppes, M.J.; Mycobacterial brain abscess possibly due to bacille Calmette-Guerin in an immunocompromised child. Clin Infect Dis, 1992; 14:662-5 (2065)
  22. Kalles, E.O.; Jespersen, A.; Metastatic osteomyelitis following BCG vaccination. Acta orthop. Scand, 1978; 49/2:134-137
  23. Kühner, U.; BCG - Osteomyelitis. Münch. med. Wschr., 1975; 117/69-70 (1260)
  24. Devlin, M.; Arthritis as a complication of intravesical BCG vaccine. BMJ, 1993; 308:1638 (1084)
  25. Spence, D.P.S.; e.a Tuberculosis and poverty. BMJ, 1993; 307:759-61
  26. Dubos, R.J.; The White Plague: Tuberculosis, Man and Society 1952/1996. Retgers University Press
  27. Germanaud, J.; BCG vaccination and healthcare workers. BMJ, 1993; 306:651-2
  28. Bespierres,1951 (in: Wilson: The hazards of immunization)
  29. Pilette, J.; Intoxication à la tuberculine. Infor Vie Saine