Zin of onzin van mondmaskers

Over de risico’s en nadelen van deze maskers hadden we het al in het e-Prikje van juni 2020.  Maar hoe zinvol zijn deze mondmaskers eigenlijk?   Of moeten we ‘mondkapjes’ zeggen, want dat klinkt iets vrolijker?  Wat is de wetenschappelijke basis achter het gebruik ervan?  Daarover is al veel inkt gevloeid, en het laatste woord is beslist nog niet gezegd.

Over de Babelse spraakverwarring over de standpunten van de overheid zullen we het beleefdheidshalve maar niet hebben.  Te pijnlijk.  Mondkapjes zijn belangrijk.  Of toch niet zo belangrijk (want toch niet beschikbaar!).  Toch wel belangrijk. Een absolute must.  Verplicht bij winkelen, in het openbaar vervoer en bij sporten.  Neen, toch liever niet bij sporten…

Feit is dat we met een aantal verplichtingen opgescheept zitten, en de vraag blijft wat de wetenschap en de logica zijn achter die verplichtingen. 

Om het kind niet met het badwater weg te gooien moeten we toch wat onderscheid maken tussen, enerzijds, het risico op besmetting, en anderzijds het soort mondmasker.

Niemand zal er bezwaar tegen hebben dat medische maskers gebruikt worden door medisch personeel op een afdeling van Covid-19 positief geteste patiënten.  Anders ligt het bij de gewone mondmaskers op openbare plaatsen.  Maar ook hier zijn de meningen sterk verdeeld, en bestaat er geen wetenschappelijke eensgezindheid.  Zelfs de WGO oordeelt het niet nodig om in het openbaar mondmaskers te gebruiken, tenzij daar waar veel mensen bijeen zijn en afstand houden moeilijk te realiseren is.  In mei vond de WGO het gebruik van mondmaskers door het algemeen publiek niet voldoende geëvalueerd en onthield zich bijgevolg van adviezen.

PRO

Het argument pro is dat de maskers de speekseldruppeltjes opvangen bij hoesten en niezen, en daardoor de verspreiding van het virus in de lucht beperken.  

CONTRA

Tegenstanders stellen dan weer dat virussen tot duizend keer kleiner zijn dan de poriën in een masker, en daar dus gewoon doorheen gaan.  Klopt ook, behalve wanneer die virussen gedragen worden door speekseldruppeltjes.

Andreas Voss is hoogleraar aan het Radboudumc en hoofd microbiologie in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen.  Als lid van een WGO-expertengroep terzake verklaarde hij dat de WGO zijn standpunt verscherpte, niet om wetenschappelijke redenen, maar onder druk van de politiek en de publieke opinie.  Zelf ziet hij geen enkel wetenschappelijk bewijs dat de verplichting van de mondmaskers verantwoordt.

Ook zijn collega Heiman Wertheim is tegen het gebruik van mondmaskers, en drukt er vooral op dat mensen moeten afstand houden, thuisblijven als ze ziek zijn, en zich zo nodig laten testen.

Het feit op zich reeds dat de aanbevelingen diametraal verschillen van land tot land toont aan de de meningen heel erg verdeeld zijn.  In Nederland kan je gaan winkelen zonder mondmasker, in België niet. Volgens het RIVM is er nog altijd geen hard bewijs dat gebruik van mondmaskers in publieke ruimtes besmettingen voorkomt.

De waarde van enkele studies terzake is voor discussie vatbaar.

Een eerste studie onderzocht het effect van medische mondmaskers maar is daardoor moeilijk toe te passen op niet-medische mondmaskers.

Een tweede studie concludeert dat mondmaskers het aantal besmettingen kunnen verminderen maar vermeldt meteen dat het bewijs daarvoor zwak is.

Een derde studie behandelt herbruikbare, niet-medische mondmaskers en vindt dat ook daar nog onduidelijkheid over bestaat.

Over niet-medische maskers stelt het RIVM: “De bescherming die deze maskers bieden is echter beperkt en afhankelijk van de gebruikte materialen en de manier waarop het masker gedragen wordt.”.

Toen het de overheid ontbrak aan beloofde mondmaskers werden we met zijn allen aanbevolen om die maar zelf te maken.  Helaas is de waarde van deze maskers miniem.  Alle maskers gemaakt van t-shirtstof of theedoek blijken het virus niet tegen te houden: 40 tot 90% gaat er gewoon doorheen (Rengasamy 2010).  Chirurgische mondmaskers zijn amper dubbel zo efficiënt als die van theedoek, dus nog zeer beperkt.  Plastic spatkappen (face shields) daarentegen bleken wel 96% van de grote speekseldruppels tegen te houden.  Hoe ruimer het schild, hoe efficiënter.  Daarbij zijn ze makkelijk te reinigen.  

Zelfs uitgebreide overzichtsstudies (meta-analyses) spreken mekaar tegen.  Breinard vond slechts 6% efficiëntie van de maskers, Liang 47%.  Dat is nog steeds minder dan de helft.  

Algemeen wordt de efficiëntie van een mondmasker bepaald door

  • de kwaliteit van het masker,
  • de mate waarin het aansluit op het gezicht,
  • het al dan niet constant aanhouden van het masker,
  • het al dan niet aanraken van het masker met de handen,
  • het al dan niet tijdig wisselen van wegwerpmaskers,
  • de omgeving waarbinnen het masker gedragen wordt (al dan niet druk bevolkt).

Een erkend risico van mondmaskers is een vals gevoel van veiligheid bij de gebruiker, waardoor andere, meer elementaire maatregelen verwaarloosd worden.  Bij niet respecteren van de nodige afstand bijvoorbeeld zou het dragen van een mondmasker, gezien de beperkte efficiëntie, zelfs tot een toename van het aantal infecties kunnen leiden.

Intussen worden de nadelen van het dragen van een masker steeds duidelijker.  Volgende klachten worden gemeld met de regelmaat van een klok:

  • ademnood
  • hoofdpijn
  • duizeligheid
  • flauwvallen
  • vermoeidheid
  • acne

Logisch ook als je bedenkt dat het zuurstofgehalte achter het masker veel te laag is, en het CO2-gehalte veel te hoog.  Je ademt dus continu slechte lucht in.

Bovendien vormt zich achter het masker een zeer vochtig milieu dat een ideale voedingsbodem vormt voor bacteriën en virussen.  Je raakt je afvalstoffen niet meer kwijt via het uitademen, integendeel, je ademt ze continu terug in!  Daardoor bevorderen de mondmaskers dus luchtweginfecties.

Daarom slechts één conclusie: weg ermee, behalve in zeer specifieke omstandigheden.